Nederlanders die in een Europese lidstaat een geldboete hebben gekregen, kunnen voortaan een acceptgiro van het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) verwachten. Het moet om een onherroepelijke beslissing gaa.

Dat staat in een wet van minister Hirsch Ballin van Justitie die per 1 december in werking treedt. De wet komt voort uit het kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie.

Met deze wet kan Nederland een strafrechtelijke geldboete overdragen aan een andere lidstaat zodat die daar kan worden geïnd. De veroordeelde moet in dat land een vaste woon- en verblijfplaats hebben, of inkomsten of een vermogen waarop de boete kan worden verhaald. Andersom kunnen lidstaten ook aan Nederland overdragen.

De wet geldt voor:

  • geldboetes die zijn opgelegd door de strafrechter;
  • verkeersboetes, bijvoorbeeld voor te hard rijden;
  • een door de strafrechter opgelegde verplichting om het slachtoffer schadevergoeding te betalen.

Het CJIB in Leeuwarden krijgt een centrale rol bij de incasso van buitenlandse boetes in Nederland.

Wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen werkt sneller en doelmatiger dan de traditionele rechtshulp en maakt het de EU-landen gemakkelijker om samen te werken bij de aanpak van grensoverschrijdende criminaliteit.

Politiesites