Het is ochtend, 06.00 uur. Jan stapt uit zijn bed en hijst zich, uiteraard na wassen, scheren en dergelijke in zijn uniform. Hij moet de dienst 07-15 draaien die dag. Om 07.00 uur staat hij voor de poort van het politiebureau en met zijn pas weet hij de poort te openen. Hij gaat het bureau binnen en groet daar zijn collega Piet, met wie hij vandaag de dienst zal gaan draaien.

"Zullen we maar beginnen met een bak koffie," vraagt Piet? Nadat ze zich via de mobilofoon bij de meldkamer hebben gemeld, de telefoon en de portofoon hebben gepakt en het pistool, de handboeien en de wapenstok hebben omgedaan, lopen ze gezamenlijk naar de kantine en nemen daar uit de automaat een bak koffie.

Met de koffie in de hand openen ze, ieder achter een eigen computer, het mutatiesysteem van de politie om te kijken wat er de afgelopen dag en nacht allemaal in de gemeente is gebeurd. Ze kijken meteen of er nog klusjes open zijn blijven staan; deze kunnen ze dan mooi meenemen tijdens de dienst die ze gaan draaien.

"Hmm", zegt Piet, "de nachtdienst is bij een verkeersongeval op de Rozenweg geweest." Volgens de mutatie zijn beide betrokkenen naar het ziekenhuis overgebracht en moeten zij nog gehoord worden over de oorzaak van de aanrijding. Ook moet de bril van één van de betrokkenen op de plaats van de aanrijding zijn achtergebleven. "Zullen we die even opzoeken en meteen naar het ziekenhuis brengen. Dan kunnen we meteen een verklaring van de betrokkenen opschrijven."

Uiteraard kan Jan daarmee instemmen. Als hij "nee" zou zeggen, zou hij om 08.30 uur waarschijnlijk van de teamchef het verzoek hebben gekregen om dat klusje even te doen, dus...... Daar komt bij, dat in de omgeving van het ziekenhuis mensen wonen waar vorige week is ingebroken. Hij moet daar nog even heen om een handtekening onder de aangifte te krijgen en om het bewijs van aangifte af te geven.

"De nachtdienst is op het industrieterrein bij het bedrijf van Klaas Klaassen geweest en hebben weer een openstaand raam ontdekt. Het wordt nu toch echt tijd om Klaassen daar eens wat strenger op te wijzen. Een openstaand raam blijft immers een uitnodiging voor het dievengilde." Ook deze mutatie wordt meegenomen.

Na ook de interne mail nog even te hebben doorgelezen stappen beiden naar de binnenplaats om de dienstauto te pakken. "Verdorie", bromt Jan, "hebben ze gisteren weer vergeten om de auto af te tanken. Dat moeten we meteen maar even doen, anders komen we niet ver."

Tijdens de volgende maandelijkse teamvergadering is Jan vast van plan om het aftanken van de auto's weer eens onder de aandacht van iedereen te brengen. "Breng dan meteen even het onderhoud van de auto naar voren" zegt Piet, terwijl hij een bananenschil uit de auto haalt.

Ze rijden weg en bij het eerste de beste tankstation stoppen ze om te tanken. Er gaat maar liefst 55 liter LPG in de tank, er was dus nog maar 1 liter over. "Het is maar goed dat we niet meteen een noodmelding hebben gekregen, anders hadden we toch echt een probleem gehad", zegt Jan geërgerd.

Met een volle tank rijden ze verder op weg naar de plaats van die aanrijding. Overdag is het wat beter zoeken naar een bril dan tijdens de nacht en al gauw wordt de bril gevonden. Niet dat de eigenaar er veel aan zal hebben, het ding is helemaal krom en beide glazen zijn gebroken. "Waarschijnlijk is de man met zijn hoofd tegen de voorruit geknald en heeft hij dus de gordel niet omgehad" zegt Jan, "we gaan dadelijk maar even naar de sleepdienst om de auto te bekijken, even zien of ik gelijk heb".

"63.5-meldkamer" kraakt het door de luidspreker van de dienstauto. Jan pakt de microfoon en meldt zich. Of ze willen gaan naar de supermarkt in het dorp in verband met een inbraakalarm. Natuurlijk gaan ze er heen. Onderweg naar de supermarkt meldt de meldkamer zich weer. De eigenaar van de winkel heeft gebeld met de mededeling, dat hij een foutje heeft gemaakt bij het in de winkel gaan en dat daarom het alarm is afgegaan. Zekerheidshalve gaan Jan en Piet toch even naar de supermarkt om te kijken of alles echt in orde is. Gelukkig is er niets aan de hand.

Jan en Piet melden vervolg aan de meldkamer en rijden een rondje over het industrieterrein. Het is nog te vroeg om naar het ziekenhuis te gaan om de mensen van de aanrijding te horen. Op het industrieterrein is het al weer een bedrijvigheid van jewelste. "Zie, bij Klaassen zijn ze ook al aan het werk, effe een praatje maken met Klaassen zelf," zegt Piet. Klaassen is het volledig met Jan en Piet eens en belooft met zijn hand op zijn hart beterschap. Met de belofte van Jan dat Klaassen de volgende keer persoonlijk uit bed gebeld zal worden om het raam te komen sluiten, vervolgen Jan en Piet hun weg.

Het is inmiddels 08.00 uur. Jan en Piet draaien nog een rondje door het dorp en besluiten een kwartiertje bij de verkeerslichten te gaan staan. Even kijken of er nog iemand is, die het in zijn/haar hoofd haalt om door rood te rijden. En jawel hoor, ze staan amper of een rode Volkswagen Passat met het kenteken BL-AB-LA rijdt door terwijl het licht toch al zeker 2 seconden op rood stond.

Ze rijden achter de bestuurder aan en zetten hem op een parkeerplaats aan de kant. Na een gesprek met de bestuurder, welke vergezeld gaat met een geel papiertje en een uitnodiging om aan de staat een boete van f 180,- te voldoen, vervolgen Jan en Piet de weg.

Ze rijden terug naar het politiebureau. Om 08.30 begint de ochtendbespreking en worden de taken voor die dag verdeeld. De taak van Jan en Piet staat al vast, zij hebben de assistentiesurveillance en zijn het eerste voertuig, dat op de meldingen afrijdt. Om toch even contact te hebben met de collega's, die inmiddels aan het bureau zijn gekomen, en om weer even een bakkie te doen, rijden ze naar het bureau.

e teamchef leest voor uit andermans werk, oftewel hij neemt samen met de teamleden de mutaties door. Er is een aanrijding gebeurd, constateert hij en er moet nog wat nawerk gedaan worden. Jan en Piet geven aan dat zij deze mutatie al in de auto hebben liggen en er achteraan (zijn ge)gaan.

Ze vertellen er meteen bij, dat ze al met Klaassen van het bedrijf hebben gesproken en delen mee, welke belofte Klaassen is gedaan over het 's nachts uit bed bellen om het raam dicht te doen. Het kan de goedkeuring van de teamchef en de overige leden goed dragen en iedereen neemt er notie van. Klaassen is de volgende keer dus echt de klos.

De teamchef verdeelt de overige werkzaamheden voor die dag. Een collega krijgt planton, oftewel de opvangdienst voor mensen, die aan het bureau komen voor vragen en aangiftes. De wijkagent krijgt vrije hand binnen zijn eigen wijk en krijgt de beschikking over de kleine opvallende auto. Een teamlid vertelt dat hij vrij veel schriftelijk werk heeft liggen en daar graag mee aan de gang wil. De teamchef vindt dit goed onder de voorwaarde, dat hij wel inzetbaar blijft voor eventuele klusjes. Brommend gaat de collega akkoord, hij weet ook wel dat het door de lage bezetting niet anders kan.

De teamchef geeft verder aan, dat met ingang van de volgende maandag de collega, die gedurende een twee jaar was gedetacheerd bij een rechercheteam, weer terugkeert in het team en dus weer ter beschikking staat. Dat komt even goed uit, want de bezetting was de laatste tijd echt droevig.

Na de koffie gezamenlijk te hebben genuttigd wordt om 09.00 uur het bureau geopend. Jan en Piet zetten ondertussen bij de mutatie van de aanrijding, dat de bril teruggevonden is en dat zij de betrokkenen van de aanrijding zullen gaan horen. Ook het gesprek met Klaassen en de gemaakte afspraak wordt in een mutatie gezet.

Het is 09.30 uur als de 63.5 weer wordt geroepen door de meldkamer. Of ze willen gaan naar een aanrijding met gewonden aan de Marijkestraat. Jan en Piet stappen direct in de auto en rijden met zwaailicht en sirene naar de plaats van de aanrijding. Daar blijkt dat twee personenauto's tegen elkaar zijn aangereden, waarbij een personenauto ook nog een bromfietser heeft geraakt.

De bromfietser ligt op de grond. Zijn been ligt op zo'n rare manier, dat Jan en Piet het al weten; het is gebroken. Voor de zekerheid vraagt Jan aan de meldkamer of de ziekenauto al is gewaarschuwd. Deze blijkt meteen na de eerste melding al te zijn gewaarschuwd en is dus onderweg. "Klopt", zegt Jan tegen de meldkamer, "Ik hoor de sirene van de ambulance nu ook".

De Marijkestraat is een behoorlijke kleine weg, die snel over het hoofd kan worden gezien. Jan besluit aan de provinciale weg op de ambulance te wachten om deze te begeleiden naar de aanrijding. Achteraf gezien was dit een goede zet, het ambulancepersoneel had zich het hoofd gebroken over de vraag waar de Marijkestraat ook al weer lag en waren blij de politieauto aan de kant van de weg te zien staan.

Piet heeft zich ondertussen om het slachtoffer bekommerd. Gelukkig is de jongen goed aanspreekbaar. Piet noteert diens personalia en schrijft meteen even op wat hij verklaart over de oorzaak van de aanrijding. Een automobilist was even vergeten om voorrang te verlenen aan de andere personenauto.

De ambulance pakt de jongen in en rijdt ermee weg naar het ziekenhuis. Er is afgesproken dat de ouders van het slachtoffer door het ziekenhuispersoneel worden gewaarschuwd. De gegevens van de bestuurders van de personenauto's worden door Jan genoteerd en de bestuurders krijgen een kopietje van de gegevens van de tegenpartijen voor zijn verzekering. De ouders van het slachtoffer zullen vanmiddag wel het briefje met de gegevens van de personenauto krijgen voor hun verzekering.

Jan en Piet laden de bromfiets in de dienstauto (gelukkig hebben ze gekozen voor de bus) en brengen de bromfiets over naar het politiebureau. Jammer genoeg is het een vrij lang ritje en de bus begint al aardig naar benzine te stinken.

"Heb je het kraantje van de benzineleiding wel dichtgedraaid ?", vraagt Jan. Ik dacht dat jij dat had gedaan !!!", is het antwoord. Het is dus niet gebeurd en Jan stopt om dit euveltje even snel te verhelpen. Helaas is het slangetje van de leiding ingesneden door een scherp voorwerp van de bij de aanrijding betrokken personenauto, dus het kraantje helpt niet echt veel. Dat wordt dus dadelijk een ritje naar de autowasserette om de linoleum vloer even grondig uit te wassen.

Nadat de bromfiets is afgeleverd bij het bureau wordt de auto bij de autowasserette meteen grondig schoongemaakt. De benzinelucht wordt met luchtververser weggedreven en de vloer glanst weer. Ze kijken meteen even naar de personenauto van de aanrijding van die nacht, deze staat hier onderdak. De autowasserette is namelijk tevens de sleper. De voorruit aan de passagierskant vertoont een buil naar buiten toe. De passagier heeft dus waarschijnlijk de gordel niet gedragen.

Het is nu 10.30 uur en dus een mooi tijdstip om even naar het ziekenhuis te gaan voor het verhoor van de betrokkene van de aanrijding van de nachtdienst. Bij het ziekenhuis melden ze zich bij de behandelend arts en vragen hem of ze de betrokkenen even mogen horen. De arts zal dit even navragen bij de betrokkenen en komt even later terug met de mededeling, dat zij ermee akkoord gaan.

Beide betrokkenen worden gehoord. Het blijkt, dat de bestuurder die nacht de macht over het stuur is kwijtgeraakt en de auto tegen een dikke boom heeft geparkeerd. De passagier was zijn bril kwijt en heeft een flinke buil op zijn voorhoofd. Hij geeft toe, dat hij de autogordel niet heeft gedragen en verklaart zichzelf tot de tijdelijk stomste vent van de wereld.

Beide verklaringen worden in het zakboekje opgeschreven en door de betrokkenen ondertekend. Deze verklaringen zullen later die dag worden uitgetypt in de computer en in het kastje van de collega van de nachtdienst worden gelegd. Deze kan de verklaringen dan bij het proces-verbaal van de aanrijding worden gevoegd. In dat proces-verbaal zal melding worden gedaan van het niet dragen van de autogordel door de passagier.

Ondertussen is het al weer 11.30 uur. De dienst gaat lekker snel op die manier, ze zijn tot nu toe eigenlijk constant bezig geweest. "We gaan terug naar het bureau om de verklaringen op papier te zetten en daarna gaan we lunchen" spreken Jan en Piet met elkaar af.

Jammer genoeg is de meldkamer het daar niet mee eens. De luidspreker kraakt weer: "63-5-meldkamer".

Wat zullen ze nu weer hebben?, vraagt Piet zich af. Er blijkt een inbraak te zijn geweest in een vrijstaande woning van een wat oudere vrouw. Deze was net thuis gekomen en had de inbraak ontdekt. Jan en Piet rijden er heen en krijgen daar te maken met een heel zenuwachtige vrouw van ongeveer 65 jaar. Er zijn vreemden in haar huis geweest, haar veilig gewaande woning is toch niet zo veilig gebleken. Het heeft op haar een diepe indruk achtergelaten en de tranen biggelen haar over de wangen.

De gevoelige kant van Jan komt naar boven en hij weet de vrouw weer enigszins gerust te krijgen. Jan belt rechtstreeks met het bureau Slachtofferhulp en de medewerkster van het bureau belooft direct iemand te sturen om de verdere opvang te doen.

Piet houdt zich ondertussen bezig met de inbraak zelf. Een raampje is ingeslagen en via het gat is men naar binnen geklommen. Mevrouw is nog niet boven geweest en durft dit ook niet. Piet besluit om een kijkje te gaan nemen. Jan gaat voor de zekerheid even mee, je weet maar nooit of de daders nog in huis zijn. Alle slaapkamers wordt voorzichtig bekeken. Er is niemand meer.

De slaapkamers zijn wel volledig overhoop gehaald. Alle laatjes zijn op de kop gezet, de linnenkast is helemaal leeg gehaald en zelfs de matrassen zijn van het bed gehaald. Aan de verkleuring van het behang is te zien, dat daar ooit een klok heeft gehangen. Ook het sieradendoosje is leeg.

De nodige gegevens worden genoteerd. Ondertussen is iemand van het bureau Slachtofferhulp aangekomen. Zij houdt zich verder met het slachtoffer bezig en Jan noteert die gegevens die hij nodig heeft voor het opstellen van een aangifte van inbraak. De mevrouw wordt aangeraden om voor de rest van de dag ergens anders heen te gaan en vooral niet te beginnen met het opruimen van de kamers. De technische recherche zal worden gewaarschuwd om te zoeken naar sporen van de inbraak.

Wetend dat het slachtoffer in goede handen is vervolgen Jan en Piet weer de surveillance. Ze gaan op weg naar het bureau, ze wilden immers gaan eten. Ondertussen is het alweer 12.30 uur. Tijdens het eten worden ze deze keer eens niet door een melding "gestoord". Na het eten wordt alles wat ze tot nu toe hebben gedaan aan de computer toevertrouwd. Ook wordt alvast een begin gemaakt aan het proces-verbaal van aangifte van de inbraak in de woning. Heeft de teamchef de volgende dag tenminste weer iets om voor te lezen tijdens de ochtendbespreking.

Na het typwerk is het alweer 14.00 uur. Nog een uur te gaan. Jan en Piet besluiten nog een klein rondje te maken en de lasergun mee te nemen. Ze gaan staan op een plek waar regelmatig aanrijdingen gebeuren en controleren de passerende auto's op de snelheid. Bij elkaar levert dit 4 bekeuringen op, waarbij iemand met 95 langs de laser reed, terwijl 50 is toegestaan. Kennelijk lette deze man zo slecht op, dat hij en de teller en de controle niet in de gaten had. De staat kan weer een bedrag van ongeveer 200 euro verwachten.

Terug aan het bureau worden de bekeuringen nog even in de computer ingevoerd en worden de gemaakte uren in het registratiesysteem planning ingevoerd. Deze opgevoerde uren worden daarna door de teamchef geaccordeerd.

Om 15.00 uur gaat Jan weer naar huis en trekt zijn burgerkloffie weer aan. Hij is tevreden over de werkzaamheden die dag.

Politiesites

Cookies

Wij gebruiken cookies om de website goed te laten werken en om volledig anoniem het gebruik van onze website te analyseren. Met uw toestemming plaatsen we ook cookies van derden. Door op "Accepteren" te klikken geeft u toestemming voor het plaatsen van deze derden cookies. Klikt u op "Weigeren", dan worden deze cookies niet geplaatst.