Een bijdrage van Muts, een hoofdconducteur bij de NS.

Op een mooie zomerdag in 2006 had ik PBT dienst (proces bijzondere taken). We hadden net een ingangcontrole op station Zutphen afgerond en waren op weg naar Hengelo om een kop koffie te gaan drinken. Rond half tien ging de pieper van mijn teamleider: een aanrijding bij Holten.

We zijn in Lochem overgestapt op de trein naar Zutphen, om daar de auto op te halen. Onderweg naar Holten kregen we al door dat de intercity 1628 naar Schiphol een aanrijding met een persoon had gehad. De aanrijding vond plaats op station Holten.

Nu heb ik voordat ik bij de NS kwam werken, in Holten gewerkt bij een groot slagersbedrijf, dus Holten ken ik maar al te goed en ik ken ook veel mensen die daar wonen. Onderweg naar Holten kreeg ik een vreemd onderbuikgevoel, iets wat ik eigenlijk niet kon plaatsen.

Dit was de derde aanrijding waar ik naar toe moest, onze taak is het opvangen van reizigers, bij calamiteiten op het spoor. Een trein op de vrije baan evacueren hoort daarbij. Onderweg hadden we al een klein beetje een plan van aanpak gemaakt over hoe we de trein zouden ontruimen en over de zorg dat reizigers niet teveel te zien kregen van het ongeval, zodat de reiziger het nodige toch wel bespaard bleef.

In Holten aangekomen, een uur nadat het gebeurd was, was de regio- en spoorwegpolitie al bezig met het onderzoek naar wat er gebeurt was. Nu was het een behoorlijke ravage op de sporen. Ook voor een geharde slager, ik ben echt wel wat gewend, was het geen prettig gezicht.

Wij moesten de trein evacueren, maar deze stond 900 meter van het station door de remweg. De trein stond op een ongunstige plaats voor evacuatie en dus werd besloten om de trein naar de eerstvolgende overweg te rijden, en daar te evacueren.

Twee collega's zouden naar de trein toelopen en ik zou met de auto en de bussen die klaar stonden naar de eerste overweg rijden om daar de reizigers op te vangen. Bij de overweg aangekomen stond de trein er al voor en je kon goed zien waar de trein hem geraakt had.

Nog voordat ik de auto uit kon, liepen de eerste reizigers al langs de trein. Men zag op afstand de bussen aankomen en men had al besloten om de trein te evacueren. Ik was er van uitgegaan, dat de twee collega's met de trein mee waren gekomen en vroeg hen via de portofoon wie besloten had om de reizigers uit de trein te halen.

Tot mijn schrik kreeg ik te horen dat de trein al wegreed toen ze naar de trein toeliepen. Ze zaten dus niet op de trein en ik stond er alleen voor, gelukkig wel met de collega's van de politie. Ik baalde er best wel van, aangezien de reizigers nu niks bespaard bleef. Ze moesten allemaal langs de kop van de trein lopen en deze was goed besmeurd.

De evacuatie verliep voorspoedig, wel waren verschillende reizigers ontdaan van hetgeen ze hadden meegemaakt en gezien op de kop van de trein. Deze werden zo goed als mogelijk opgevangen, ze hadden iets gezien wat ik ze liever bespaard had. Het was echt zo'n dag: als het tegen zit, dan zit het ook goed tegen.

Ik ben daarna terug naar station Holten gereden, en we hebben daar nog geassisteerd met mensen op afstand houden. Er zijn nu eenmaal altijd mensen die graag komen kijken wat er aan de hand is. Nadat we nog een kop koffie hadden gedronken in het plaatselijke café, zijn we terug naar Hengelo gegaan.

Ik ben achterin de auto gaan zitten en zat daar eigenlijk met een heel onbehaaglijk gevoel. Ik had toch wel heel veel indrukken opgedaan die dag. Het was mijn eerste aanrijding waarbij het echt een ravage was en zat me eigenlijk ook een beetje op te winden waarom de communicatie niet goed verlopen was. Aangekomen op de standplaats, hebben we het er nog kort even over gehad en zijn toen naar huis gegaan.

Later die dag kwam mijn vriendin thuis. Zij werkt in Holten bij de slagerij waar ik haar heb leren kennen. Nog voor ik iets kon zeggen begon ze te vertellen. Die ochtend was een collega van haar voor de trein gesprongen op station Holten, het was een oud-collega van mij, ik had als slager nog met hem samengewerkt.

Er gebeurde iets wat ik niet wilde, het slachtoffer kreeg voor mij een Naam, en ik wist dat hij een vrouw en drie kinderen achter liet. Dit is een aanrijding die mij nog lang bij blijft. De dag zelf ook.

De dag daarna had ik treindienst. Mijn eerste trein was de 1628, ......... naar Schiphol. Ik ben voor een keer niet meegegaan.

Politiesites