Een bijdrage van Kale

Een late dienst in Rijswijk. Ik was wat eerder want ik wilde gaan trainen in de fitnessruimte die daar is. Er komt een rechercheur naar me toe die vraagt of ik er al uit kan. Ik zeg dat het wel zou kunnen en vraag waarvoor. Het bleek te gaan om een springer. Een treinspringer wel te verstaan.

Ik ben met hem ter plaatse gegaan en troffen daar het stoffelijk overschot aan. Deze persoon was op het perron gesprongen en er waren dus nogal wat getuigen. Na het rapen van de delen heb ik geholpen met het verdere onderzoek. We wisten immers nog niet wie het was.

Ik ben samen met een maatje gaan zoeken naar wie het kon zijn. We wisten dat het om een man ging en meer niet. Hij droeg een shirt van een groot fastfood bedrijf en vanaf daar zijn we gaan zoeken. Eigenlijk hadden we bij het eerste bedrijf in de buurt zat al direct een hit. De bedrijfsleider gaf aan dat een werknemer niet was komen opdagen.

Het bleek te gaan om een 17 jarige jongen. Wij keken elkaar aan en dachten eigenlijk direct hetzelfde: 17 jaar, dat is jong. Aan het door ons gevonden lichaam was dat niet meer te zien, maar na wat verder onderzoek bleek al gauw dat we goed zaten.

Toen kwam het zwaarste gedeelte. We moesten het aan de ouders gaan vertellen. Wij dus met lood in de schoenen daar naar toe. We spraken af dat mijn maatje het woord zou doen.

Bij de woning aangekomen deed een vrouw de deur open. Ze gaf aan de stiefmoeder te zijn van Peter (fictieve naam). Peter was nog niet thuisgekomen en ook niet op zijn werk verschenen. Dat laatste wisten wij natuurlijk al. Zij gaf aan direct zijn vader te halen die in de tuin bezig was. Ik denk dat ze ergens al wist wat er aan de hand was.

Toen beiden op de bank zaten heeft mijn maatje direct verteld wat er was gebeurd. Ik heb meerdere slecht nieuws gesprekken gedaan maar deze was heel zwaar. Na een kort gesprek, voor zover je het een gesprek kan noemen, vertelde de vader dat er dus ook nog een moeder in het geheel was. Die moest  ook op de hoogte worden gesteld. Zij woonde in de dezelfde wijk, een paar straten verder.

Tijdens het weggaan viel mijn oog op een foto van Peter die op een dressoir stond. Dan komt het ineens heel dichtbij. Het slachtoffer heeft een naam, gezicht, een familie.

Aangekomen bij de moeder was het eigenlijk direct paniek. De vader stond erop om, ondanks ons afraden, het woord te doen. Tijdens de eerste paar woorden begon hij direct te zeggen wat er was gebeurd.

Totale paniek was het gevolg. En dat in een straat waar bij iedereen de deur nog openstaat. Ik denk dat jullie wel weten wat voor buurt dat is. Die straat liep dus ook bijna leeg naar ons toe. De moeder van Peter liep gillend de straat op.

Ik ben meestal wel van het overzicht en de rust. Maar nu was ik het kwijt. Wat een naar gevoel. Toen kwam probleem twee. Zowel moeder al vader wilde hun zoon zien. Wij hebben moeten praten als Brugman om dat uit hun hoofd te krijgen. Peter was zodanig verwond dat dit gewoon niet kon. Toen gebeurde er iets wat ik nooit meer vergeet. De moeder van Peter kwam voor mij staan en pakte mijn handen beet. Ze keek mij doordringend aan en vroeg "ik kan niet huilen, is dat erg?"

Toen brak ik. Ik had een brok in mijn keel en kon even niets meer zeggen. Ik zag dat mijn maatje hetzelfde had. Na een tijdje zijn wij weggegaan. De vader en de moeder werden opgevangen door de buurt. Dat is dan weer een voordeel van het wonen in een volksbuurt. Aan het bureau kregen wij een telefoontje van de steifmoeder van Peter. Ze was op zijn kamer gaan kijken en had een briefje gevonden. "Ik ben het zat. Ik ga voor de trein springen."

Dat was het. Meer niet. Hoeveel pijn moet een jongen van 17 hebben om zoiets te doen. Ik heb in de loop der tijd teveel springers gehad. Maar deze zal altijd in mijn hoofd blijven.

Politiesites