Iedere politieman kent deze melding zo ongeveer uit zijn hoofd. Wat kunnen we nu weer verwachten. Hoe erg zal het zijn, zullen we als eerste ter plaatse zijn, moeten we EHBO verlenen, allemaal vragen die op het moment van de melding door je hoofd flitsen.

Ik werd een keer geroepen bij een aanrijding op een privé-terrein. Hierbij zou een kind van 4 jaar zijn betrokken. Eenmaal op de plaats van de aanrijding bleek hoe gruwelijk de aanrijding was geweest.

Een familie van in totaal 50 personen had gedurende een lang weekeinde een reunie gehouden in een vakantieboerderij. De familie was gebracht met een bus, bestuurd door een familielid, hij was immers buschauffeur. Na afloop van de reunie zou de hele familie met de bus weer naar huis gebracht worden.

Het hele weekeinde was het reuze gezellig geweest en op zondag maakte iedereen zich klaar om weer weg te gaan. Het wachten was op de bus.

Een groep kinderen van de familie stond buiten te wachten op de bus, terwijl de familie binnen in de boerderij nog van een laatste kop koffie genoot.

De bus kwam en moest om te kunnen parkeren een bocht naar rechts maken. De kinderen stonden rechts van de bus. Terwijl de bus de bocht maakte, rende de groep al naar de bus toe, want: Iedereen wilde op de achterbank zitten.

Plotseling kwam de groep er achter, dat de zijkant van de bus door het draaien naar de kinderen toe kwam, waarna de eersten vrij snel tot stilstand kwamen. De kinderen daarachter hadden dit echter niet zo snel in de gaten, ze botsten tegen elkaar de voorste twee kinderen kwamen te vallen.

Vervolgens reed de bus met de achterwielen over beide kinderen heen. Het gevolg was dat een van de twee kinderen onmiddellijk overleed, terwijl de tweede zwaargewond raakte.

Je kunt je niet voorstellen wat voor hysterie mijn collega en ik tegenkwamen toen we ons ter plaatse meldden. De hele familie was uiteraard in rep en roer, er was werkelijk niemand die niet in paniek was.

Op dat moment besef je dat het politiewerk ook zijn nare kanten heeft. De aanblik van het overleden kind, de achterwielen van de bus waren over het hoofdje gereden, zal ik nooit meer vergeten. Bij het tweede kind was de bus over de buik gereden en lag er als een zielig hoopje mens bij.

Op het moment dat je daar aankomt weet je dus absoluut niet wat je als eerste moet gaan doen. Aan de ene kant heb je de aanrijding zelf, aan de andere kant heb je de totaal ontredderde familie en aan de derde kant heb je de buschauffeur, die volledig verslagen in de bus is blijven zitten en niet uit durft te stappen.

Gelukkig had de meldkamer bij het ontvangen van de melding de zaak goed ingeschat en meteen een tweede auto naar de vakantieboerderij gestuurd. Hoewel het maar 10 minuten duurde eer de tweede auto er was, leek het een eeuwigheid.

Achteraf gezien denk ik dat we, samen met de ambulancedienst en andere hulpverleners daar een hoop goed werk hebben kunnen doen, ondanks het feit, dat we in eerste instantie slechts met twee personen waren. In eerste instantie hield mijn collega zich bezig met de 50 man grote familie door hen in de grote zaal toe te spreken en te vertellen wat we allemaal zouden gaan doen en wie er allemaal ingeschakeld zou gaan worden.

Je moet hierbij denken aan bureau Slachtofferhulp, de Burgemeester, de geestelijke uit het dorp waar de mensen vandaan kwamen, technische dienst van de verkeersgroep, de hulpofficier van justitie, persvoorlichter enz. enz. Gelukkig nam de meldkamer deze taak van ons over en loste dit zeer goed op. Het geluk was tevens, dat alle opgeroepen partijen binnen een half uur ter plaatse waren.

Ikzelf heb mij bezig gehouden met de buschauffeur, die ook nog een oom van de kinderen bleek te zijn. Ik heb een heel gesprek gehad met de man en kon hem weer enigszins terugbrengen in de realiteit.

Nadat deze weer enigszins was gekalmeerd heb ik mij verder met de aanrijding zelf bezig gehouden. Beide slachtoffers zijn overgebracht naar het ziekenhuis/mortuarium, waarna de technische afdeling van de verkeersgroep haar werk kon doen. Daarna volgde het opruimen van de plaats van het ongeval, een werkje dat ik niet graag doe, maar wel moet doen, want wie doet het anders.

Toen de familie, onder begeleiding van bureau Slachtofferhulp en de geestelijke, uiteindelijk weer met een andere bus naar huis ging, was het terrein weer volledig schoon en herinnerde niets meer aan de tragedie die zich daar had afgespeeld.

Dit is typisch dus een aanrijding om nooit te vergeten. Ik zal dat dan ook nooit doen.

Een paar weken later hebben alle betrokken hulpverleners, inclusief meldkamerpersoneel, nog een keer bij elkaar gezeten, gewoon om er over te praten. Dit was een initiatief van onze postcommandant destijds. Het viel mij daarbij op, dat het probleem, dat ik met deze aanrijding had, ook bij de anderen leefde. Dit gesprek heeft voor mij veel dingen opgehelderd, maar de vraag blijft: Hoe verwerk je zoiets? Men zegt wel eens, een aanrijding met een kind is het moeilijkste wat je in je werk mee kunt maken. Ik kan nu volmondig zeggen, dat dit inderdaad het geval is.