In de weekenden wordt er veel uitgegaan. Veel mensen komen bij elkaar in horecagelegenheden. Over het algemeen gaat men uit voor de gezelligheid.

Jammer genoeg komt het maar al te vaak voor dat een gezellig stapavondje ontaard in ordinaire vechtpartijen. Om die reden is er in het weekeinde altijd een dubbele bezetting van het nachtdienstpersoneel. Naast de normale nachtdienst is de tweede helft van het aanwezige personeel opvallend aanwezig in het horecagebied. Nog niet zo heel lang geleden had ik weer zo’n horecadienst, waarbij werd geassisteerd door twee collega's van de Marechaussee.

Ik stond samen met mijn maatje midden op het kroegenplein waar we werden aangesproken door een allochtone man. Hij maakte ons in gebrekkig Nederlands duidelijk dat zijn fiets gestolen was. Het vehikel had hij afgesloten in het begin van de avond op het plein gestald. Het ging om een zwarte herenfiets zonder versnelling, waarvan de verlichting het niet deed.

Wij beloofden de man naar zijn fiets uit te kijken, waarbij we meteen maar vertelden, dat de kans op terugvinden heel klein was. Nadat ik de man een aangifteformulier en een antwoordenveloppe had gegeven liep hij van ons weg in de richting van de urilift (een plaspaal die na de uitgaansavond weer in de grond verdwijnt) naast de bewaakte fietsenstalling.

Plotseling begon de man te rennen. Ik dacht bij mijzelf: ‘nou die moet nodig’. Dit bleek echter niet zo te zijn. Hij rende de urilift voorbij om vervolgens een persoon die iets verderop op een fiets zat beet te grijpen. Ik zag dat beiden begonnen te trekken en te duwen tegen elkaar.

Nadat we de marechaussees hadden gewaarschuwd renden we in de richting van de twee. Dit was een afstand van ongeveer 50 meter. De persoon op de fiets zag ons naderen en bedacht zich geen moment. Hij sprong van de fiets, gooide de fiets van zich af en zette het keihard op een lopen over de winkelstraat in de richting van een groot warenhuis.

De marechaussees en mijn collega gingen in volle vaart achter hem aan. Nu ben ik zelf twee meter lang, maar de lengte van mijn benen zorgen er helaas niet voor dat dit mijn voorwaartse snelheid ten goede komt. Wijselijk besloot ik mij te bekommeren over de allochtone man. Hij vertelde mij dat die jongen op zijn fiets had gezeten. Ik bedacht mij geen moment, nam de fiets onder mij en gaf de man opdracht te blijven staan waar hij stond.

Met ruime achterstand zette ik, op een vier maten te kleine fiets, de achtervolging in. In de verte zag ik mijn collega rennen. Vrij snel had ik hem ingehaald. De marechaussees (heel wat jonger in leeftijd dan mijn collega en ik) en de voortvluchtige zag ik niet meer.

Al hijgend wees mijn collega mij de weg die de anderen gelopen waren. Ik volgde de aanwijzingen en na wat steegjes door gefietst te zijn haalde ik één van de marechaussees in. Hij kon er nog uit krijgen dat ze rechtdoor waren gelopen. Met alle kracht die ik in de benen had trapte ik de pedalen van de fiets naar beneden.

Zonder verlichting door een volle winkelstraat scheuren is best gevaarlijk. Om de mensen de indruk te geven dat ik echt haast had, riep ik ta-tuut, ta-tuut, ta-tuut gevolgd door blauw… blauw…. blauw…. Zowaar hielp dat ook nog. Het aanwezige uitgaanspubliek maakte ruim baan voor mij.

Op de hoek van de winkelstraat met een zijstraat trof ik marechaussee twee. Hij had het rennen inmiddels gestaakt. "Daar gaat ie " schreeuwde de marechaussee wijzend naar een rennende persoon. Het barrel waar ik op zat hield het nog vol en weldra zat ik de knaap op de hielen. Ik haalde de knaap in en op het moment dat ik hem tot staan had gebracht, bracht hij er amechtig uit…”ik heb niets gedaan”. Ik pareerde dat door te zeggen “nou, je hebt anders een aardig stuk hard gelopen”.

Terwijl ik bezig was de jongeman de handboeien aan te leggen kwamen de twee marechaussees en iets later mijn collega met de tong op de schoenen erbij. Na een kort contact met de meldkamer via de portofoon, verscheen weldra "‘het busje". De jongenman mocht achterin plaats nemen en kreeg een gratis ritje naar het politiebureau.

Op de fiets ging ik terug naar het kroegenplein. De allochtoon stond nog steeds op dezelfde plek. Ik maakte hem duidelijk dat wij de fietsendief te pakken hadden gekregen. Nadat ik ter plaatse een aangifte en de bijzonderheden van de fiets had opgenomen, stelde ik de fiets weer ter beschikking van de man. Dolblij nam hij deze in ontvangst.

Aan het politiebureau werd de jongeman aan een streng verhoor onderworpen. Hij deed niet moeilijk.

Hij vertelde dat hij die avond met zijn team had getraind. Vanuit de trainingshal was hij met enkele teammaatjes naar de stad gegaan. De weg naar de stad had hij als passagier achterop een fiets gezeten en na enkele uren in de stad rondgebracht te hebben was hij zijn maatjes kwijt geraakt. helaas voor hem had hij alleen maar zijn eigen benenwagen ter beschikking om thuis te komen en daar had hij dus geen zin in. Daarom kwam hij op het idee om een vervoermiddel “te lenen”. Ergens op het plein zag hij een fiets met een stuiterslot staan.

Wat een stuiterslot precies is, zal ik maar niet uitleggen. Bij notoire “fietsleners” is dit echter een bekend begrip. Voor de jongeman was het een kleine moeite om de fiets rijklaar te maken.

Nadat hij nog even van de urilift gebruik had gemaakt, wilde hij aanstalten maken om naar huis te gaan. Dit werd hem echter belemmerd door……….. afijn dat verhaal hebt u net gelezen.

Een bijdrage van collega Wim Koekkoek, waarvoor de hartelijke dank.

Politiesites

Cookies

Wij gebruiken cookies om de website goed te laten werken en om volledig anoniem het gebruik van onze website te analyseren. Met uw toestemming plaatsen we ook cookies van derden. Door op "Accepteren" te klikken geeft u toestemming voor het plaatsen van deze derden cookies. Klikt u op "Weigeren", dan worden deze cookies niet geplaatst.