In een dorpje onder de rook van de stad waar ik bij de politie werkte, woonde een familie die structureel tegen de ambtelijke regelgeving was.

Het aanvragen van vergunningen of het naleven van de voorwaarden in vergunningen deden ze niet. Conflicten met het ambtelijke apparaat werden altijd hoog ingezet en bijgestaan door veel verbaal en fysiek geweld. Een paar keer was dit al aardig uit de hand gelopen, waarbij zowel bij de familie als bij de politie verwondingen waren opgelopen.

Het dorp waar de familie woonde lag in de gemeente van de grote plaats. In het dorp stond een politiebureau. De politiemensen die daar werkten maakten deel uit van het ‘grote korps’. Zij waren ingedeeld bij de afdeling ‘Buitendienst’. Alle politiezaken die in het dorp voorkwamen werden door hen afgehandeld.

Zo gebeurde het dat er van justitie uit het verzoek bij dit politiebureau kwam om een geldboete te innen. De oudste zoon van de hierboven genoemde familie, had met zijn auto een snelheidsovertreding gepleegd. De boete die hij daarvoor opgelegd gekregen had, had hij nooit betaald. De zaak is bij de rechter voor geweest, zonder dat de zoon bij de rechtszitting aanwezig was. De rechter legde hem een geldboete van 110 gulden op. Na verloop van tijd werd dit vonnis onherroepelijk. De zoon kon niet anders meer dan het bedrag betalen of 3 dagen vervangende hechtenis uitzitten.

Het is een taak van de politie om vonnissen ten uitvoer te brengen. Van de zoon moest dus of het geld geïnd worden, of hij moest voor 3 dagen in hechtenis genomen worden.

De collega’s van het dorp hadden de ervaring dat de zoon en de rest van de familie zich met hand en tand zouden verzetten tegen betaling of de hechtenis. Om niet met de hele familie in conflict te komen hadden ze een plan van aanpak opgesteld.

Het was bij de collega’s bekend dat de zoon elke ochtend tegen 06.45 uur met zijn auto van huis vertrok om naar zijn werk te gaan. Op een ochtend zou de zoon onderweg gecontroleerd worden.

Op een donderdagochtend stond de actie gepland. Het bureau van het dorp kon drie agenten leveren. Van hen kwam het verzoek aan de nachtdienstploeg om met twee collega’s ondersteuning aan de actie te verzorgen.

Samen met een collega mocht ik aan het eind van de nachtdienst helpen bij de ‘verkeerscontrole’. Om 06.00 uur begonnen we met een briefing. De leider van de actie maakte de plannen duidelijk. De woning van de familie zou door hem onopvallend geobserveerd worden. Op het moment dat de zoon met auto zou vertrekken, zou hij dit via de mobilofoon doorgegeven. De zoon kon via twee routes zijn werk bereiken.

Op elk van die routes moest een politieauto post vatten. De observeerder zou achter de zoon aanrijden en doorgeven welke route genomen werd. De politieauto die op die route stond, zou voor de zoon gaan rijden en hem een stopteken geven. Op het moment dat de auto stil zou staan zou de politieauto naar achteren rijden om de afstand tussen de auto’s zo klein mogelijk te maken. De achtervolgende politieauto zou dan zo kort mogelijk achter de auto van de zoon stoppen.

Na de briefing nam ieder zijn post in. De zoon vertrok zoals gewoonlijk om 06.45 uur van huis. Via de mobilofoon werd doorgegeven dat hij route 2 nam. Dit was de route waar ik samen met mijn collega op post stond. Na amper 2 minuten zagen wij de auto van de zoon naderen. Wij begonnen in dezelfde richting als de zoon te rijden. Niet veel later reed de zoon vlak achter ons. Wij gaven hem een stopteken. Hij stopte in de berm. Pal achter hem ging de politieauto staan die hem geobserveerd had. Onze politieauto werd nog iets naar achteren gereden.

De tussenruimtes aan de voor en achterkant waren hooguit 50 cm. Wij stapten uit en liepen evenals de leider van de actie naar het portier van de bestuurder. De zoon waar het om ging zat achter het stuur. Nog voordat wij bij het portier waren had hij het vanaf de binnenkant al op slot gedrukt. Wij konden het portier niet meer openen.

De collega’s die op route 1 post hadden gevat, waren ook ter plaatse gekomen. Zij parkeerden de auto aan de linkerzijde van de auto van de zoon. De leider van de actie begon de zoon aan te spreken. Het portierraam had hij ongeveer 2 cm naar beneden gedraaid. De collega vertelde hem de reden van de controle. De zoon zei niets, maar begon met zijn auto voor en achteruit te rijden. Hij stuurde daarbij zijn auto nog verder naar rechts. Vrij snel had hij genoeg ruimte om rechts tussen de voorste politieauto en de sloot weg te komen. De actie van de zoon ging zo snel dat wij te verbouwereerd waren om de tussenruimte met onze eigen auto’s te verkleinen.

Met drie politieauto’s werd de achtervolging ingezet. Via een provinciale weg ging de tocht naar een ander dorp. De zoon hield zich exact aan de maximum snelheid. Hij liet zich echter niet inhalen. Hij voorkwam dit door telkens naar dezelfde kant uit te wijken als vanwaar hij door ons ingehaald werd. De weg werd op die manier telkens afgesneden. In het volgende dorp aangekomen, verminderde hij zelfs zijn snelheid tot 50 km/u. Inhalen werd daar door hem ook onmogelijk gemaakt.

Via diverse binnendoor wegen reed hij weer richting zijn eigen dorp. De meldkamer werd door ons op de hoogte gehouden van de rijrichting van de zoon. Diverse wagens van de vroege dienst werden naar het dorp gedirigeerd.

Nog voordat de weg door hen geblokkeerd kon worden kwam de zoon bij zijn huis aan. Hij reed zijn auto helemaal het erf op en stopte op enkele meters vanaf de achterdeur. In een mum van tijd was hij uit de auto en rende de keuken in. Met z’n vijven gingen wij achter hem aan. In de keuken verscheen de vader. In 1e instantie werd geprobeerd uit te leggen wat onze bedoeling was. De vader liet ons niet uitspreken. Met een groot stuk gereedschap dreigde hij ons te slaan.

De collega die de actie leidde maande de zoon met luidde stem naar buiten te gaan. De zoon weigerde dit en begon een vechthouding tegenover de collega aan te nemen. Het was de collega bekend dat de zoon zwarte band karate had. De collega greep daarop met zijn hand naar zijn pistool. De zoon reageerde daar weer op door met zijn borst vooruit naar de collega te lopen en al schreeuwend te roepen, “schiet maar, schiet maar, schiet maar”. Gelukkig hield de collega zijn pistool in zijn holster. De zoon ging echter helemaal door het lint en begon de collega aan te vallen.

Op dat moment verschenen er nog twee zonen in de keuken. Al heel snel was het een kluwen van vechtende mensen. Het gevecht verplaatste zich naar de hal tussen de keuken en de woonkamer. De vrouw des huizes mengde zich ook in het gevecht en begon met een stofzuigerstang op ons in te slaan. In de hal kwam de zoon samen met de collega te vallen. De zoon kwam ruggelings op de vloer, met de collega ruggelings op hem terecht.

Met zijn armen hield de zoon de collega in een wurggreep. Het gezicht van de collega werd alsmaar roder, waarbij hij een roggelend geluid maakte. Ik had het idee dat mijn collega gewurgd zou worden. Om het geweld van de zoon te breken begon ik met mijn wapenstok op zijn armen te slaan. Op een moment dat ik mijn wapenstok omhoog hield om weer een slagbeweging te maken, werd deze beetgepakt door iemand die op de trap boven mij stond. Met een ferme ruk werd mij de wapenstok ontfutseld. Ik had zelf niet eens zo snel in de gaten wie dit gedaan had. Een te hulp gekomen collega zag wel een jongeman met mijn wapenstok naar boven verdwijnen. Hij ging achter deze jongen aan.

De zoon hield de collega nog steeds in de wurggreep, terwijl het ontzetten door overige familieleden verhinderd werd. Aan de benen werden de zoon en collega uiteindelijk door ons de keuken in gesleept terwijl de overige familieleden in hal gehouden werden. De keukendeur werd vervolgens door meerde collega’s dicht gehouden. Met een overmacht aan te hulp gesnelde collega’s lukte het de collega uit de wurggreep te bevrijden. De zoon werd ter plaatse geboeid.

Nog voordat wij de keuken verlaten hadden, kwam de collega die achter mijn wapenstok was aangerend hijgend vanaf buiten de keuken binnenlopen. “Ze hebben mij in elkaar geslagen” riep hij. In het kort vertelde hij dat hij de jongen die mijn wapenstok gepakt had, naar boven was gevolgd. Hij kon hem daar niet zo snel vinden. Hij was de trap weer afgegaan en was in de hal aangekomen. Daar trof hij alleen maar familieleden.

De keukendeur was dicht. Hij kon die ook niet open krijgen. De aanwezige familieleden hadden hem ter plekke met verschillende voorwerpen, waaronder mijn wapenstok vele keren geslagen. Gebukt wist hij de voordeur te bereiken, waardoor hij kon vluchten.

Nadat de in de boeien geslagen zoon achter in een politieauto was gezet, werd er kort overlegd wie er nog meer aangehouden moest worden. Twee zonen die de aanhouding van hun broer probeerden te voorkomen en daarbij ook het nodige geweld hadden gebruikt, werden ook aangehouden. Dit ging overigens zonder problemen. Terug gekomen bij de politieauto waarin de geboeide zoon zat zagen wij dat de achterruit en achterzijruiten niet meer in de politieauto zaten. De geboeide zoon was op zijn rug op de achterbank gaan liggen en had met zijn voeten de drie ruiten uit de auto geschopt.

De weg naar het bureau lukte het niet de zoon te kalmeren. Hij bleef tieren naar ons, waarbij hij zijn nijd kracht bij zette door ons vele malen te bespugen.

Op het bureau werd hij direct in een cel opgesloten en de collega’s inventariseerden wat een ieder overkomen was. Gescheurde dienstkleding, builen en schrammen op de ledematen en een bont en blauw geslagen rug, waren de bewijzen van de schermutselingen.

De afdeling recherche onderzocht heel het gebeuren. Tijdens zijn verblijf in de cel is het de zoon nog gelukt om de nodige schade in zijn cel aan te brengen. Kennelijk heeft hij een vluchtweg gezocht. Hij had namelijk het hele plafond van de cel, bestaande uit een constructie van aluminiumplaten, compleet gesloopt. Een weg naar buiten lag echter niet achter die platen.

Een paar maanden later werd de zaak door de politierechter behandeld. Om het gebeuren in de woning van de familie te verduidelijken werd ik als verbalisant opgeroepen om mijn verhaal tijdens de rechtszitting te doen. De hele familie zat op slechts twee meter achter mij, terwijl ik mijn verhaal deed. Het heeft mij er niet van weerhouden om mijn ervaringen in detail te vertellen.

Tijdens de strafrechtzaak werd door de korpsleiding de schade aan de politieauto en de cel geclaimd. De familieleden werden door de politierechter veroordeeld voor mishandeling en het vergoeden van de geleden schade.

Van de familie heeft de politie of een ander ambtelijk apparaat geen last meer gehad. De collega die langdurig in de wurggreep gehouden is heeft op dat moment de dood voor zijn ogen gezien. Enkele weken na het voorval kwam hij langdurig ziek thuis te zitten. Na zijn ziekte is hij binnen onze organisatie een functie gaan uitoefenen waarbij hij geen direct contact met burgers meer had.!!

Een bijdrage van collega Wim Koekkoek, waarvoor de hartelijke dank.

Politiesites

Cookies

Wij gebruiken cookies om de website goed te laten werken en om volledig anoniem het gebruik van onze website te analyseren. Met uw toestemming plaatsen we ook cookies van derden. Door op "Accepteren" te klikken geeft u toestemming voor het plaatsen van deze derden cookies. Klikt u op "Weigeren", dan worden deze cookies niet geplaatst.