Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie heeft met de politievakbonden overeenstemming bereikt over de gedragscode lifestyle-neutraliteit. Deze gedragscode geeft een leidraad voor de gewenste uitstraling voor de gehele Nederlandse politie.

De minister en de vakbonden zijn het erover eens dat politieambtenaren zich dienen te onthouden van uitingen en versierselen die afbreuk doen aan de gezagsuitstralende, neutrale en veilige houding.

In de gedragscode is afgesproken af te zien van zichtbare uitingen van onder andere levensovertuiging, religie, politieke overtuiging en geaardheid. Verder moet afstand worden genomen van zichtbare accessoires die op enige wijze voor de politieambtenaar letsel kunnen opleveren.

De gedragscode heeft verder betrekking op zichtbare tatoeages, zichtbare piercings, uitzonderlijke haardracht of haarkleur en andere zichtbare opzichtige lichaamsversieringen.

Een passage uit de gedragscode luidt:

De gedragscode lifestyle-neutraliteit bepaalt dat de bedoelde politieambtenaar, in het belang van zijn gezag, neutraliteit en zijn eigen veiligheid, bij zijn optreden, in contacten met het publiek, een gezagsuitstralende, neutrale en veilige houding behoort in te nemen.

Tevens bepaalt de code dat door het bevoegd gezag, in redelijkheid en billijkheid, eisen kunnen worden gesteld aan de uiterlijke kenmerken van de politieambtenaar en vormen een onderdeel van het werving en selectieproces.

Vanwege de bijzondere positie van de Nederlandse politie dient door politieambtenaren, in contacten met het publiek, in ieder geval afstand te worden genomen van de volgende uitingen:

  • zichtbare uiting(en) van (levens)overtuiging; religie; politieke overtuiging; geaardheid; beweging, vereniging of andere vorm van lifestyle, die afbreuk doet aan de gezagsuitstraling, neutraliteit en veiligheid van de politiefunctie;
  • zichtbare accessoires die op enige wijze voor de politieambtenaar letsel kunnen opleveren;
  • zichtbare tatoeages, zichtbare piercings of andere zichtbare opzichtige lichaamsversieringen;
  • uitzonderlijke haardracht en/of haarkleur

Tav punt 1:
Hieronder worden verstaan uitingen die hieraan uitdrukking dienen of verondersteld worden te geven, zoals een kruisje, een hoofddoekje, een keppeltje, een hierop gerichte baard, insignes, speldjes, herkenningstekens e.d.

Tav punt 2:
In het kader van Arbowetgeving zijn ter zake de veiligheid van de medewerker bepalingen gesteld. De arbowetgeving geldt zowel voor zichtbare als niet-zichtbare accessoires. Hieronder worden bijvoorbeeld verstaan (grote) oorringen, grote (scherpe) ringen en andere zichtbare versieringen/versierselen die door een opponent kunnen worden beetgepakt en waardoor (meer)letsel aan de politieambtenaar kan ontstaan.

Tav punt 3:
Tatoeages en piercings kunnen afbreuk doen aan gezaghebbend, neutraal en veilig overheidsoptreden. Tatoeages en piercings dienen in principe niet zichtbaar te zijn. Voor de uitoefening van specifieke politiefuncties kan het bevoegd gezag uitzonderingen op dit uitgangspunt bepalen. Omdat tatoeages moeilijk te verwijderen zijn kan het bevoegd gezag in voorkomende gevallen uitzonderingen toestaan voor bestaande situaties.

Tav punt 4:
Bij gezaghebbend, neutraal en veilig overheidsoptreden behoort een verzorgde haardracht. Voor zowel heren als dames dient een uitzonderlijke haardracht te worden vermeden. Hierbij valt te denken aan extreme haarlengtes, en extreme vormen zoals hanenkammen dan wel een opvallende niet-natuurlijke haarkleur.

Politiesites