Over Infopolitie.nl

Infopolitie.nl is een website over de politie in Nederland. Het is geen website van de nationale politie, maar een particulier initiatief. Ga voor de officiële site van de Nederlandse politie naar www.politie.nl. Lees ook onze disclaimer.

(English | Russia | Oekranian)

9.1 Toezicht op verlofhouders en jachtaktehouders

Het is noodzakelijk dat bij alle verlofhouders en jachtaktehouders steekproefsgewijs tenminste eenmaal per jaar, wordt gecontroleerd of:

  1. de wapens en munitie welke door de betrokkene voorhanden worden gehouden, beantwoorden aan de omschrijving op het verlof en/of de jachtakte;

  2. de wapens en/of de munitie op de juiste wijze zijn opgeborgen (zie B 8).

Gelet op de aard van deze controle, zal deze moeten plaatsvinden door middel van een, bij voorkeur onaangekondigd, huisbezoek. Daarnaast is het mogelijk om, ter controle van bepaalde gegevens, betrokkene te verzoeken zich met zijn wapens op het bureau te vervoegen. Uiteraard geldt dat personen die er blijk van hebben gegeven het met de naleving van de voorschriften niet zo nauw te nemen, aan een intensiever toezicht dienen te worden onderworpen dan personen van wie is gebleken dat zij de wapenwetgeving stipt naleven.

Bij lichtere onregelmatigheden, zoals kleine onjuistheden of slordigheden, dient een schriftelijke waarschuwing aan betrokkene te worden gegeven, waarin hem wordt meegedeeld welke onjuistheden of slordigheden zijn geconstateerd en waarin hij wordt gemaand om die in de toekomst te voorkomen.

Gegeven waarschuwingen en eventueel opgemaakte processen-verbaal kunnen er toe leiden ofwel dat aan het verleende verlof of de verleende jachtakte zwaardere voorschriften of beperkingen worden verbonden ofwel dat tot intrekking wordt overgegaan. Indien, nadat intrekking heeft plaatsgevonden, in een eventueel volgende beroepsprocedure kan worden aangetoond dat betrokkene één of enkele malen schriftelijk is gewezen op de niet correcte naleving van de WWM dan bestaat er een grotere kans dat de intrekking ook in beroep zal worden gehandhaafd. Een schriftelijke waarschuwing is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Er kan geen bezwaar of beroep tegen worden ingesteld. 54

9.2 Toezicht op schietverenigingen

Bij schietverenigingen waaraan een verlof is verleend tot het voorhanden hebben van verenigingsvuurwapens dient – naast de in onderdeel B 9.1 genoemde punten – bij een controle tevens aandacht te worden besteed aan de volgende punten:

  1. worden de wapens en munitie uitgegeven door een persoon (verenigingsbeheerder) op wiens naam een verenigingsverlof is afgegeven;

  2. is de verenigingsbeheerder in de positie om toezicht te houden op de schutter aan wie een verenigingswapen ter is hand gesteld en ziet hij er, eventueel in samenspraak met de baancommandant, op toe dat niet verschoten munitie wordt ingeleverd;

  3. is er een presentieregister aanwezig en wordt dit conform de voorschriften (zie onderdeel B 2.4.2) bijgehouden;

  4. worden de voorschriften met betrekking tot het gebruik van verenigingswapens en munitie nageleefd (zie onderdeel B 2.2.2 en B 2.2.3);

  5. worden de voorschriften met betrekking tot promotieactiviteiten en introducés nageleefd (zie onderdeel B 2.2.5).

9.3 Toezicht op ontheffinghouders

Aan de door de Minister van Veiligheid en Justitie verleende ontheffingen is in de meeste gevallen het voorschrift verbonden dat de ontheffing uitsluitend geldt voorzover de wapens staan vermeld op een door de korpschef afgegeven verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens. Hetgeen hiervoor onder B 9.1 staat vermeld geldt derhalve ook onverkort voor de controle op ontheffinghouders. Ten aanzien van het opbergen van wapens en munitie kunnen in de ontheffing echter afwijkende bepalingen zijn opgenomen. Dit is met name het geval voor ontheffingen die zijn verleend aan musea.

Indien er bij een controle onregelmatigheden/overtredingen worden geconstateerd dan dient de korpschef zo spoedig mogelijk de Minister van Veiligheid en Justitie hiervan op de hoogte te stellen. De Minister van Veiligheid en Justitie zal vervolgens beoordelen of de geconstateerde onregelmatigheden/overtredingen aanleiding geven om aan betrokkene een schriftelijke waarschuwing te geven dan wel de ontheffing in te trekken.

Indien de korpschef van mening is dat de aanwezigheid van de wapens – die op grond van de ontheffing voorhanden mogen worden gehouden – een direct gevaar oplevert voor betrokkene of voor zijn omgeving dan kan de korpschef middels een besluit – op grond van artikel 8, tweede lid, van de WWM – de ontheffinghouder gelasten om de wapens en/of munitie binnen een in dat besluit gestelde termijn bij hem in bewaring te geven. Een afschrift van een dergelijk besluit dient door de korpschef zo spoedig mogelijk aan de Minister van Veiligheid en Justitie te worden toegezonden.

9.4 Toezicht op erkenninghouders

Ingevolge de richtlijn d.d. 18 juni 1991 van de Raad van de Europese Gemeenschappen inzake de controle op de verwerving en het voorhanden hebben van wapens (91/477/EEG) zijn de lidstaten van de Europese Unie gehouden het als wapenhandelaar op hun grondgebied werkzaam zijn afhankelijk te stellen van een erkenning op grond van tenminste een controle van de betrouwbaarheid van de wapenhandelaar in de persoonlijke (zedelijkheid) en beroepssfeer (vakbekwaamheid). De bevoegde instanties in de lidstaten controleren geregeld of wapenhandelaren hun wettelijke verplichtingen nakomen.

Door de afschaffing van de douanecontrole aan de binnengrenzen van de bij de EU aangesloten landen, is het belang van intensivering van het binnenlandse toezicht op het wapenbezit aanmerkelijk toegenomen. Dit rechtvaardigt dat houders van een erkenning, in het bijzonder wapenhandelaren, die immers staan aan het begin van de keten waarlangs de verspreiding van wapens over een groot publiek zich voltrekt, aan regelmatig en grondig toezicht, middels een controle van hun bedrijfsruimte, hun administratie, alsmede hun wapen- en munitievoorraad, worden onderworpen. Een regelmatig toezicht op de activiteiten van erkenninghouders is dus noodzakelijk.

In de eerste plaats kan dit gebeuren door het controleren van de kopieën van de registers die de beheerder op grond van artikel 12 van de RWM maandelijks dient toe te zenden aan de korpschef.

In de tweede plaats dient de politie tenminste eenmaal per jaar, de vestiging waar de activiteiten worden uitgeoefend te bezoeken, teneinde de gang van zaken in die vestiging op een juiste naleving te controleren. Hierbij dient ook te worden gelet op de naleving van de veiligheidsvoorschriften (artikel 11 van de RWM). Uiteraard geldt dat beheerders die er blijk van hebben gegeven het met de naleving van de voorschriften niet zo nauw te nemen, aan een intensiever toezicht dienen te worden onderworpen dan beheerders van wie is gebleken dat zij de wapenwetgeving stipt naleven.

In de derde plaats dient tenminste eenmaal per jaar, bij voorkeur aan het begin van het jaar, de werkelijke voorraad in de vestiging te worden opgenomen en te worden gecontroleerd aan de hand van de opgave daaromtrent in de kopieën van de registers die overeenkomstig artikel 12 van de RWM aan de politie zijn verstrekt. Bij deze controle kan zo nodig met het nemen van steekproeven worden volstaan.

Bij lichtere onregelmatigheden, zoals kleine onjuistheden of slordigheden, dient een schriftelijke waarschuwing aan betrokkene te worden gegeven, waarin hem wordt meegedeeld welke onjuistheden of slordigheden zijn geconstateerd en waarin hij wordt gemaand om die in de toekomst te voorkomen. Een schriftelijke waarschuwing is geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Er kan geen bezwaar of beroep tegen worden ingesteld. 55

Afhankelijk van de ernst van de geconstateerde feiten, eventueel opgetekend in processen-verbaal, en/of de frequentie van gegeven waarschuwingen, kunnen zwaardere voorschriften of beperkingen aan de erkenning worden verbonden ofwel kan (moet) de erkenning worden ingetrokken. Indien, nadat intrekking heeft plaatsgevonden, in een eventueel volgende beroepsprocedure kan worden aangetoond dat betrokkene één of enkele malen schriftelijk is gewezen op de niet correcte naleving van de WWM, bestaat er een grotere kans dat de intrekking ook in beroep zal worden gehandhaafd.

9.5 Toezicht op consenten

Indien consenten tot uitgaan of tot doorvoer of tot binnenkomen in verband met overbrenging en opslag onder douaneverband door de verlenende instantie niet van de douane zijn terugontvangen, zal de korpschef in de plaats waar de aanvrager is gevestigd of in het geval het consent op naam van de wapenhandelaar is gesteld, in de plaats waar de wapenhandelaar is gevestigd, een onderzoek instellen. Dit onderzoek dient zo spoedig mogelijk na afloop van de geldigheidsduur van het desbetreffende consent plaats te vinden. De korpschef zal moeten nagaan of het uitgaan of de doorvoer van de in het consent vermelde wapens en munitie al dan niet heeft plaats gehad, alsmede om welke redenen – bij gebruikmaking van het consent – het consent niet aan de douane is afgegeven, dan wel – bij niet-gebruikmaking van het consent – het consent niet aan de verlenende instantie is teruggezonden.


Opmerkelijk

Rechter doet dutje tijdens zitting

Het was warm in de rechtszaal, het zonnetje scheen naar binnen en de rechters begonnen al een beetje moe te worden. Een prima moment om een dutje te doen, dacht een rechter in het Engelse Lancaster.

Lees meer...

Politiesites

Sponsors