Over Infopolitie.nl

Infopolitie.nl is een website over de politie in Nederland. Het is geen website van de nationale politie, maar een particulier initiatief. Ga voor de officiële site van de Nederlandse politie naar www.politie.nl. Lees ook onze disclaimer.

(English | Russia | Oekranian)

In artikel 1, onder 4, van de Wet wapens en munitie is ‘munitie’ gedefinieerd als: ‘patronen en andere voorwerpen, bestemd of geschikt om een projectiel of een giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende of soortgelijke stof door middel van een vuurwapen af te schieten of te verspreiden, alsmede projectielen bestemd om afgeschoten te worden door middel van een vuurwapen’.

Volgens deze definitie moet munitie dus bestemd of geschikt zijn om door middel van een vuurwapen projectielen of stoffen af te schieten of te verspreiden. Ook een zogenoemde losse patroon/losse flodder is munitie in de zin van de Wet wapens en munitie omdat in de praktijk is gebleken dat het mogelijk is om met dergelijke patronen projectielen te verschieten. In de uitspraak van de Raad van State van 18 juli 2001 (zaaknummer: 200005685/1)is, in lijn met de reeds bestaande jurisprudentie hierover, nogmaals bevestigd dat zogenaamde ‘losse patronen’ dienen te worden aangemerkt als munitie in de zin van de Wet wapens en munitie. Voor zogenaamde doorsnedes van patronen geldt dat voor zover deze niet meer bestemd of geschikt zijn om af te schieten, zij geen munitie zijn in de zin van artikel 1, onder 4, van de WWM. Het vervaardigen van dergelijke opengewerkte patronen is wel een erkenningplichtige handeling.

In artikel 3, tweede lid, van de Wet wapens en munitie is bepaald dat de bepalingen betreffende munitie mede van toepassing zijn op onderdelen van die munitie, voor zover deze onderdelen geschikt zijn om munitie van te maken. Derhalve zijn de wettelijke bepalingen die gelden voor munitie ook van toepassing op losse projectielen (kogels) en (niet gebruikte) slaghoedjes en hulzen. Ingevolge artikel 18, aanhef en onder f en i, van de Regeling wapens en munitie, geldt er echter een vrijstelling voor het voorhanden hebben, vervoeren, over dragen, doen binnenkomen en doen uitgaan van kennelijk gebruikte lege patroon- en kardoeshulzen, voor zover die bestemd zijn voor of deel uitmaken van een verzameling of patroonbord.

3.2.1 Categorie III munitie

Met betrekking tot het verzamelen van andere soorten munitie (of onderdelen daarvan) dan kennelijk gebruikte lege patroon- en kardoeshulzen en patronen op patroonborden, geldt het volgende: Het houden van een munitieverzameling kan worden aangemerkt als een redelijk belang dat de verlening van een verlof of een ontheffing rechtvaardigt, indien het gaat om:

  1. verzamelingen van algemeen wetenschappelijk of historisch belang, zoals die worden gehouden door musea en soortgelijke instellingen (voor de inhoud van het begrip museum wordt verwezen naar onderdeel B/3.1.); en
  2. verzamelingen gehouden door individuele munitieverzamelaars, die in georganiseerd verband een serieuze studie maken van de historische, culturele of technische ontwikkeling van munitie. Slechts personen die lid zijn van een bij de ‘European Cartridge Research Association’ aangesloten vereniging, zoals de ‘Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Munitie en Ballistiek’, komen hiervoor in aanmerking.

Ad. a.

In het geval het verlof wordt verleend ten behoeve van een door een museum of dergelijke instelling te houden verzameling, wordt in het verlof achter ‘Naam’, de naam van deze instelling vermeld, waarachter opgenomen de tekst: ‘ten deze vertegenwoordigd door...’; vervolgens wordt de naam van de persoon vermeld die voor de genoemde instelling als beheerder van de munitie zal optreden.

Ad. b.

Om in aanmerking te komen voor de verlening van een verlof tot het voorhanden hebben van munitie voor verzameldoeleinden dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan:

  1. de leeftijd van de aanvrager is tenminste 18 jaar;
  2. ten aanzien van de aanvrager mag geen ‘vrees voor misbruik’ bestaan (zie B 1.);
  3. de aanvrager dient lid te zijn van een bij de ‘European Cartridge Research Association’ aangesloten vereniging, zoals de ‘Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Munitie en Ballistiek’;
  4. Bij een eerste aanvraag dient de aanvrager tevens een schriftelijke verklaring van het bestuur van de vereniging te overleggen welke een vermelding bevat van de munitiesoort of aanverwante munitiesoorten waarin de aanvrager zich wil specialiseren en waaruit blijkt dat de aanvrager voldoende kennis van deze munitie heeft om de verzameling op een veilige en verantwoorde wijze aan te leggen en te onderhouden.
3.2.2 Categorie II munitie

In artikel 18a van de Regeling wapens en munitie is bepaald dat houders van een verlof tot het voorhanden hebben van categorie III munitie ten behoeve van verzameldoeleinden tevens categorie II munitie voorhanden mogen hebben voorzover:

  1. de bevoegdheden van de houder van het verlof tot voorhanden hebben, onderscheidenlijk het verlof tot vervoer, met betrekking tot de munitie van categorie II niet verder reiken dan die met betrekking tot de munitie van categorie III;
  2. de munitie of onderdelen van munitie passen binnen de op het verlof omschreven specialisatie;
  3. munitie met een kaliber boven de 12,7 millimeter (.50) niet voorzien is van brisante ladingen; en
  4. munitie met een kaliber boven de 19 millimeter niet voorzien is van brisante ladingen en bovendien geen voortdrijvende ladingen bevat.

Indien een verzamelaar categorie II munitie wenst te verzamelen die niet binnen de bovengenoemde vrijstelling valt, of indien hij uitsluitend categorie II munitie wil verzamelen, dan dient hij hiervoor een ontheffing aan te vragen bij de Minister van Veiligheid en Justitie.

Om in aanmerking te komen voor de verlening van een ontheffing tot het voorhanden hebben van munitie van categorie II dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan:

  1. de leeftijd van de aanvrager is tenminste 18 jaar;
  2. ten aanzien van de aanvrager mag geen ‘vrees voor misbruik’ bestaan (zie B 1.);
  3. de aanvrager dient lid te zijn van een bij de ‘European Cartridge Research Association’ aangesloten vereniging, zoals de ‘Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Munitie en Ballistiek’.
  4. Bij een eerste aanvraag dient de aanvrager tevens een schriftelijke verklaring van het bestuur van de vereniging te overleggen waarin is aangeven in welke categorie II munitiesoort of aanverwante munitiesoorten de aanvrager zich wil specialiseren en dat de aanvrager voldoende kennis van deze munitie heeft om deze verzameling op een veilige en verantwoorde wijze aan te leggen en te onderhouden.

 

3.2.3 Explosieven en nabootsingen van explosieven

 

Indien een verzamelaar inerte39 handgranaten, mijnen en dergelijke (wapens in de zin van artikel 2, categorie II, onder 7, van de WWM) wil verzamelen dan wel nabootsingen (wapens in de zin van artikel 2, categorie I, onder 7, van de WWM) hiervan dan dient hij hiervoor een ontheffing aan te vragen bij de Minister van Veiligheid en Justitie.

Om in aanmerking te komen voor de verlening van een ontheffing tot het voorhanden hebben van categorie I of II wapens zoals (nabootsingen van) inerte (hand)granaten en mijnen voor verzameldoeleinden dient aan de volgende voorwaarden te zijn voldaan:

  1. de leeftijd van de aanvrager is tenminste 18 jaar;
  2. ten aanzien van de aanvrager mag geen ‘vrees voor misbruik’ bestaan (zie B 1.);
  3. de aanvrager dient minimaal drie jaar lid te zijn van een bij de ‘European Cartridge Research Association’ aangesloten vereniging, zoals de ‘Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Munitie en Ballistiek’ hetgeen kan worden aangetoond middels een schriftelijke verklaring van het bestuur van de vereniging;
  4. Bij een eerste aanvraag dient de aanvrager tevens een schriftelijke verklaring van het bestuur van de vereniging te overleggen waarin is aangeven in welke soort inerte40 (hand)granaten, mijnen en dergelijke, dan wel nabootsingen hiervan, de aanvrager zich wil specialiseren en waaruit blijkt dat de aanvrager voldoende kennis van deze wapens heeft om deze verzameling op een veilige en verantwoorde wijze aan te leggen en te onderhouden.

 

3.2.4 Voorschriften en bperkingen

 

Aan het verlof c.q. de ontheffing dienen de volgende beperkingen en voorschriften te worden verbonden:

BEPERKINGEN:

De verzameling mag uitsluitend voor studiedoeleinden worden aangelegd en onderhouden (geldt niet voor musea e.d.);

De verlof- c.q. ontheffinghouder dient zich in zijn verzameling te specialiseren (geldt niet voor musea e.d.) en derhalve dient de verzameling beperkt te blijven tot een bepaalde munitiesoort of bepaalde aanverwante munitiesoorten.

Naast de studieverzameling mag een ruilvoorraad van dezelfde kalibers en soorten als binnen de verzameling passen, alsmede van afwijkende kalibers, voorhanden worden gehouden;

De verzameling mag omvatten munitie en/of componenten daarvan in al dan niet geladen toestand, met dien verstande dat het projectiel van munitie met een kaliber boven de 12,7 mm (.50) niet voorzien mag zijn van brisante ladingen of ander energetisch materiaal, en munitie met een kaliber boven de 19 mm bovendien geen voortdrijvende ladingen en geen werkzame ontsteking41 mag bevatten. Hagel- en seinpatronen zijn van deze beperkingen uitgezonderd;

(hand- en geweer)granaten, (land)mijnen alsmede de overige (onderdelen van) wapens zoals bedoeld in artikel 2, eerste lid, categorie II, onder 7º, van de Wet wapens en munitie mogen geen voortdrijvende, brisante, giftige, verstikkende, weerloosmakende, traanverwekkende of een soortgelijke lading bevatten42;

Het totale aantal gevulde patronen en/of geladen componenten daarvan, mag het aantal van 10.000 stuks niet te boven gaan, tenzij een vergunning ingevolge de Wet milieubeheer is verleend;

Het verlof c.q. de ontheffing tot vervoer, voorzover verleend, is beperkt tot het vervoeren van de munitie tussen de plaats waar de munitie normaliter voorhanden wordt gehouden, de plaats waar een bijeenkomst van munitieverzamelaars wordt gehouden, een politiebureau, het museum waar de munitie van de verzamelaar blijkens de goedkeuring van de korpschef als genoemd onder 3.5.2 ten toon zullen worden gesteld en de erkende wapenhandelaar, langs de weg en binnen het tijdsbestek welke daar redelijkerwijze voor zijn geboden. De verlofhouder dient te kunnen aantonen naar een dergelijke bijeenkomst op weg te zijn dan wel daarvandaan te komen.

VOORSCHRIFTEN:

De verlof- c.q ontheffinghouder dient de bepalingen, bij of krachtens de Wet wapens en munitie en de Wet milieubeheer gesteld, stipt na te leven;

Bij een bezoek aan buitenlandse beurzen e.d. dient het vervoer van de verzameling gedekt te zijn door een consent;

Geen munitie en/of componenten daarvan mogen worden afgeleverd-, of afgestaan aan-, of geruild met onbevoegden;

Ten bewijze van het feit, dat de verlofhouder het verzamelen serieus beoefent, dient hij lid te zijn van de ‘Nederlandse Vereniging ter Bestudering van Munitie en Ballistiek’ of van één der andere, bij de ‘European Cartridge Research Association’ aangesloten verenigingen (geldt niet voor musea e.d.).

De verzameling dient nauwkeurig en op overzichtelijke wijze te worden gecatalogiseerd en beschreven.

De munitie moet, voor zover het geladen patronen betreft, worden bewaard in een deugdelijk afgesloten, en voor onbevoegden niet gemakkelijk te bereiken bergplaats.

De verlof- c.q. ontheffinghouder dient bij het omgaan met munitie zodanige voorzichtigheid en zorg te betrachten, dat gevaar voor hemzelf en derden uitgesloten moet worden geacht.

 


 

 

Opmerkelijk

Meisje vriest met tong vast aan lantaarnpaal

Een 16-jarig meisje uit Nieuwegein zal haar avondje stappen in Beesd (Gelderland) niet snel vergeten. Vrienden van het meisje hadden haar als geintje gevraagd om een lantaarnpaal te kussen.

Lees meer...

Politiesites

Sponsors