Over Infopolitie.nl

Infopolitie.nl is een website over de politie in Nederland. Het is geen website van de nationale politie, maar een particulier initiatief. Ga voor de officiële site van de Nederlandse politie naar www.politie.nl. Lees ook onze disclaimer.

(English | Russia | Oekranian)

2.4.1 Voorwaarden privéverlof schietsport

Onverminderd de bij of krachtens de wet gestelde vereisten, gelden bij de verlofaanvraag voor een privéverlof in het kader van de schietsport, de volgende voorwaarden:

  • Een redelijk belang kan slechts bestaan wanneer:

    1. De sportschutter op het moment waarop het verlof wordt aanvraagd tenminste de leeftijd van 18 jaar bereikt heeft;

    2. de sportschutter regulier lid is van een in Nederland gevestigde, bij de KNSA aangesloten en door de KNSA gecertificeerde schietvereniging en dit twaalf maanden voorafgaand aan de verlofaanvraag ook was. Hierbij kunnen aansluitende lidmaatschappen van verschillende schietverenigingen worden meegeteld;24 25

    3. de sportschutter in het bezit is van een geldige, op zijn naam gestelde KNSA-licentie;

    4. de sportschutter kan aantonen dat hij of zij in wedstrijdverband een door de KNSA gereglementeerde of erkende tak van schietsport (zie B 2.6) zal beoefenen, die binnen het verband van de schietvereniging waarvan hij lid is kan worden beoefend (zie ook B 2.4.7.). Hierbij kan worden uitgegaan van de verklaring zoals die door het bestuur van de schietvereniging op het aanvraagformulier is gesteld;26

    5. de sportschutter in de 12 maanden voorafgaand aan de aanvraag minimaal 18 schietbeurten heeft verricht (zie B 2.4.2.);

    6. de sportschutter aantoonbaar in wedstrijdverband, als voorgeschreven door de KNSA, de schietsport beoefent.

  • ten aanzien van de aanvrager mag geen ‘vrees voor misbruik’ bestaan (zie B 1.);

  • houders van een verlof tot het voorhanden hebben, zoals bedoeld in artikel 28, eerste lid WWM, mogen conform het bepaalde in artikel 43, eerste lid RWM, ten hoogste vijf wapens voorhanden hebben (zie ook B 2.4.4 voor uitzonderingen op deze algemene regel);

  • gedurende het eerste verlofjaar geldt het verlof voor niet meer dan één vuurwapen;

  • voor wapens die zijn aangemerkt als een verboden of ongewenst wapen mag geen (nieuw) verlof worden verleend (zie B 2.7);

  • bij een eerste verlofaanvraag dient de vertegenwoordiger van de korpschef – middels een bezoek aan de locatie waar het wapen en/of de munitie opgeslagen zal gaan worden – te controleren of de aanvrager beschikt over een opbergplaats die voldoet aan de eisen voor het opbergen van wapens en munitie (zie B 8). Deze controle wordt, in verband met de mogelijk daaruit voor de aanvrager voortvloeiende consequenties, zoals de aanschaf van een wapenkluis of de aanpassing van een bergplaats, pas gedaan als vast staat dat het verlof kan worden verleend.

2.4.1.2 Eerste verlofaanvraag en eerste verlenging verlof sportschutter27

De sportschutter die voor de eerste maal een vuurwapenverlof aanvraagt, kan slechts een redelijk belang hebben voor vuurwapens, niet zijnde semi-automatische geweren, welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, zoals gereglementeerd door de KNSA.

De sportschutter die, nadat hem bij zijn eerste verlofaanvraag een wapenverlof is verleend, voor de eerste maal een verlenging van een vuurwapenverlof aanvraagt, kan slechts een redelijk belang hebben voor vuurwapens, niet zijnde semi-automatische geweren, welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, de disciplines van de International Shooting Sport Federation en disciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee, zoals gereglementeerd door de KNSA.

Van het bepaalde ten aanzien van de eerste verlofaanvraag en eerste aanvraag na verlening van het verlof, kan door de korpschef worden afgeweken ten aanzien van de schutter die door middel van een schriftelijke verklaring van de KNSA aantoont dat hij het vuurwapen waarvoor het verlof wordt aangevraagd reeds eerder op legale gronden in bezit en gebruik heeft gehad.

2.4.2 Schietbeurten

Bij het aanvragen van een nieuw verlof dan wel bij de aanvraag tot verlenging van een bestaand verlof dient de aanvrager aan te tonen dat hij in de 12 maanden voorafgaande aan de aanvraag minimaal 18 schietbeurten met een vuurwapen heeft verricht bij een door de KNSA gecertificeerde vereniging. Hierbij gaat het om het totaal aantal door de verlofhouder in de voorafgaande 12 maanden verrichte schietbeurten. Hoe de schietbeurten over deze periode zijn verdeeld, en met welk vuurwapen waarvoor het verlof geldt is geschoten, is hierbij niet van belang.

De aanvrager dient hiertoe een op naam gesteld en door het bestuur van de schietvereniging gewaarmerkt schietregister te overleggen, waarin aantekening is gedaan van de schietoefeningen of schietwedstrijden waaraan de aanvrager heeft deel genomen. De aantekening dient te vermelden:

  1. de datum;

  2. het naamstempel van de vereniging/schietbaan waar de oefening of wedstrijd is geschoten;

  3. de naam en de handtekening of paraaf van een bestuurslid of een namens het bestuur optredende baancommandant, veiligheidsfunctionaris of organisator van de schietwedstrijd.

Let op: Erkenninghouders (en hun personeel) die een schietcentrum exploiteren (zie ook onderdeel B 2.3) mogen geen schietbeurten aftekenen. Door een erkenninghouder afgetekende schietbeurten tellen derhalve niet mee voor het bepalen van het aantal verrichte schietbeurten.

Als de schutter op een schietbaan een schietbeurt in zijn register doet aantekenen, dient zijn aanwezigheid op die schietbaan te blijken uit het aldaar aanwezige presentieregister (conform het model van de KNSA), tenzij hij heeft deelgenomen aan een wedstrijd en zijn naam voorkomt op de lijst van deelnemers. Het presentieregister dient per dag te worden afgesloten en afgetekend. Het blad of de bladen worden na afloop van de schietoefening afgesloten en opgeborgen in het archief van de vereniging. Zij worden desgevraagd aan de politie getoond indien er twijfel is over de juistheid van de in een schietregister geregistreerde schietbeurten. De presentieregisters dienen door de vereniging gedurende minimaal drie jaar te worden bewaard.

In het buitenland verrichte schietbeurten

Schietbeurten die zijn verricht in een land dat deel uitmaakt van de Europese Unie tellen mee voor de bepaling van het aantal verrichte schietbeurten voorzover de desbetreffende sportschutter dit kan aantonen middels het overleggen van originele wedstrijdbriefjes of een originele gewaarmerkte verklaring van een, te goeder naam en faam bekend staande, schietvereniging waar de schietbeurten zijn verricht. Voor informatie over buitenlandse schietverenigingen kan zonodig contact worden opgenomen met de KNSA.

Telling van schietbeurten

Als uitgangspunt geldt dat niet meer dan één schietbeurt per dag kan worden aangetekend, ongeacht het aantal wapens waarmee is geschoten.

Hierop bestaan echter twee uitzonderingen:

  • Voor geweren van de wapengroepen ‘Groot Kaliber Geweer’ en ‘Historische wapens’ geldt dat, voor zover is geschoten op een door de overheid ter beschikking gestelde schietaccommodatie, per dag één schietbeurt kan worden aangetekend voor ieder wapen waarmee daadwerkelijk is geschoten. Deze uitzondering geldt alleen voor zover uit het stempel in het schietregister blijkt dat er geschoten is op een overheidsbaan. Voorbeeld: drie stempels van het Infanterie Schietkamp Harskamp betekent dat er is geschoten met drie geweren.

  • Voor alle wapens geldt dat iedere deelname aan een officieel erkend (inter)nationaal, districts- of afdelingskampioenschap als aparte schietbeurt kan worden aangetekend (ongeacht het wapen waarmee is geschoten). Desgevraagd moeten wedstrijdbriefjes worden overgelegd.

Onvoldoende schietbeurten

Wanneer de aanvrager bij verlenging van de geldigheidsduur van een bestaand verlof niet kan aantonen voldoende schietbeurten te hebben behaald maar wel ten genoege van de korpschef kan onderbouwen, dat het tekort aan schietbeurten het gevolg is van een oorzaak die hem redelijkerwijs niet kan worden aangerekend – bijvoorbeeld langdurige ziekte, langdurig verblijf in het buitenland, andere persoonlijke omstandigheden – dan kan de verlenging van de geldigheidsduur van het verlof hem niettemin worden toegestaan.

2.4.3 Buitenlandse schietverenigingen

Het kunnen beoefenen van de schietsport in buitenlands verenigingsverband levert voor de betrokkene weliswaar een belang op bij het voorhanden mogen hebben van vuurwapens, maar dit enkele belang is geen ‘redelijk belang’ in de zin van artikel 28 van de WWM. Gelet op de restrictieve wetgeving en het dienovereenkomstige beleid, wordt geen verlof verleend indien de aanvrager slechts de bedoeling heeft buiten Nederland de schietsport te beoefenen. De betrokkene zal zich, om in het desbetreffende land de bevoegdheid te krijgen om over een wapen te beschikken, tot de autoriteiten van dat land moeten wenden. Hij zal er voorts voor moeten zorgen dat het wapen in dat land – ten behoeve van het doel waarvoor hij het voorhanden wil houden – kan worden bewaard.

2.4.4 Maximum aantal wapens

Uitgangspunt ingevolge het bepaalde in artikel 43, eerste lid RWM, is – zoals hiervoor reeds uiteengezet – een maximum aantal van vijf vuurwapens, bij te schrijven op een verlof tot het voorhanden hebben. Dit criterium houdt verband met de doelstelling van de WWM om het legale wapenbezit binnen redelijke grenzen te houden. Het staat de sportschutter echter vrij om, binnen de grenzen van het maximum aantal van vijf vuurwapens (zie B 2.4.1, onder g), meer wapens van een zelfde type of kaliber voorhanden te hebben.

In het derde lid van de RWM is echter bepaald dat het maximum van vijf wapens niet van toepassing is op houders van een verlof tot het voorhanden hebben die aantonen dat zes, respectievelijk zeven, of meer wapens voor hen onontbeerlijk zijn voor de beoefening van de schietsport. Dat van een dergelijke situatie sprake is kan uitsluitend worden aangetoond middels een schriftelijke verklaring van het bestuur van de KNSA.

2.4.5 Schieten met vrijgestelde wapens

Het komt regelmatig voor dat sportschutters de schietsport willen beoefenen met vrijgestelde (antieke) wapens waarvan het voorhanden hebben – op grond van artikel 18 van de RWM – is vrijgesteld28. Voor het schieten met een vrijgesteld wapen is een verlof tot het voorhanden hebben nodig.

De munitie voor deze vrijgestelde (antieke) wapens is – met uitzondering van ronde loden kogels (zie artikel 20 van de RWM) – echter niet vrijgesteld. Voor het beoefenen van de schietsport met een op grond van artikel 18 van de RWM vrijgesteld wapen, is dus voor zowel het wapen als de munitie een verlof tot voorhanden hebben vereist. Het vrijgestelde wapen wat op het verlof wordt vermeld, telt niet mee voor het maximum aantal toegestane wapens op het verlof en is eveneens vrijgesteld van het in deze circulaire onder 2.4.1.2 opgenomen systeem van opbouw van wapentypes.

Het bestuur van de schietvereniging waarvan de schutter lid is verklaart op het formulier dat het vuurwapen waarvoor het verlof tot voorhanden hebben van munitie wordt gevraagd, zal worden aangewend voor een schietsportdiscipline, erkend of gereglementeerd in het KNSA Schiet- en Wedstrijdreglement, die in het verband van de vereniging kan worden beoefend.

Elk kaliber waarvan de verlofhouder munitie voorhanden wenst te houden dient apart op het verlof vermeld te worden. Voor het schieten met vrijgestelde wapens behoeven dan ook geen schietbeurten te worden geregistreerd.

Het op het verlof bijschrijven van de munitie heeft geen invloed op het maximaal aantal wapens als bedoeld in artikel 43, eerste lid, van de RWM. Wel dient de aanvrager te voldoen aan de algemene voorwaarden voor de verlening van een verlof ten behoeve van de schietsport.

De eerste aanvraag van een verlof voor een vrijgesteld wapen, kan betrekking hebben op de daarbij gebruikelijke kalibers, toegelaten bij de reglementen van de KNSA en de Muzzle Loaders Associations International Committee. Op deze eerste verlofaanvraag zijn de beperking die binnen het systeem van opbouw in wapentypes, zoals uiteengezet in deze Circulaire, niet van toepassing. Derhalve is het bij de eerste aanvraag van een verlof voor een vrijgesteld wapen, niet vereist dat het wapen geschikt is voor de Olympische Disciplines.

2.4.6 Tijdelijk en incidenteel in gebruik afstaan van een privé-wapen

Het tijdelijk en incidenteel in gebruik afstaan van privé-wapens tijdens een schietoefening of wedstrijd aan een medeschutter – die in het bezit is van een geldige KNSA-licentie of jachtakte – is toegestaan als dat geschiedt onder de volgende voorwaarden

  • het vuurwapen alsmede de daarbij behorende munitie mag pas op de schietbaan aan de schutter worden afgegeven29;

  • de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen voorhanden te hebben blijft tijdens het schieten in de onmiddellijke nabijheid van de schutter;

    het vuurwapen en – voorzover de schutter niet zelf bevoegd is de munitie van het desbetreffende kaliber voorhanden te hebben – de overgebleven patronen dienen onmiddellijk na het schieten op het schietpunt weer te worden teruggegeven.

  • Aan leden korter dan één jaar in het bezit van een KNSA-licentie, mogen alleen de vuurwapens welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, zoals gereglementeerd door de KNSA, tijdelijk worden afgestaan.

  • Aan leden korter dan twee jaar in het bezit van een KNSA-licentie, mogen alleen de vuurwapens welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, de disciplines van de International Sport Shooting Federation en de disciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee, zoals gereglementeerd door de KNSA, tijdelijk worden afgestaan.

Incidenteel dient hierbij te worden opgevat als tegenstelling tot het zogenaamd ‘parkeren’. ‘Parkeren’ is de situatie waarin een verlofhouder een vuurwapen op zijn verlof doet bijschrijven ten behoeve van een andere sportschutter, omdat laatstgenoemde niet of nog niet in aanmerking komt voor een verlof tot het voorhanden hebben van dat vuurwapen. Deze handelwijze, het ‘parkeren’ dus, is uitdrukkelijk niet toegestaan.

2.4.7 Schieten op overheidsbanen

Ten behoeve van schutters wier vereniging niet over een schietbaan beschikt voor het schieten met grootkaliber vuurwapens, heeft de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie een aantal overheidsschietbanen in gebruik, waar onder toezicht van KNSA-functionarissen schietoefeningen en wedstrijden worden gehouden.

Aan bij de KNSA aangesloten schutters die van deze faciliteiten gebruik maken, kan op verzoek een verlof tot het voorhanden hebben van een groot kaliber vuurwapen worden verstrekt.

De bevestiging dat een schutter of een vereniging toegang heeft tot een overheidsbaan kan worden verkregen bij het bondsbureau van de KNSA te Amersfoort. In sommige gevallen (bijvoorbeeld bij het Infanterieschietkamp ‘De Harskamp’), kan de bevoegdheid ook blijken uit een toegangspasje.

Tenzij de schutter zijn bevoegdheid om op een overheidsbaan te schieten kan aantonen met een toegangspasje, dient de achterzijde van het aanvraagformulier WM-3, zowel door het bestuur van de eigen vereniging als door de KNSA te zijn ondertekend.

2.4.8 Voorschriften en beperkingen

Aan het verlof dienen de volgende beperkingen en voorschriften te worden verbonden:

BEPERKINGEN:

  1. Het verlof tot vervoer is beperkt tot het vervoer tussen de woning en de schietbaan, de erkende wapenhandelaar of (na daaraan voorafgaand verzoek of toestemming van politiezijde) het bureau van politie, langs de weg en binnen het tijdsbestek welke daar redelijkerwijze voor zijn geboden.

VOORSCHRIFTEN:

  1. Tijdens het vervoer dient het wapen (alsmede de munitie) zodanig te zijn ingepakt dat het niet voor onmiddellijk gebruik kan worden aangewend. Het wapen dient ontladen en ontspannen te zijn. In een eventueel aanwezig patroonmagazijn mogen zich geen patronen bevinden;

  2. Het wapen en de munitie worden tijdens het vervoer niet onbeheerd in een vervoermiddel achtergelaten;

  3. Het wapen en de munitie worden bewaard in afzonderlijke deugdelijk afgesloten en voor onbevoegden niet gemakkelijk bereikbare bergplaatsen;

  4. De verlofhouder dient bij verhuizing binnen de politieregio dit verlof onverwijld ter wijziging aan te bieden aan de korpschef van politie. Bij verhuizing naar elders dient hij het verlof in te leveren onder opgave van zijn nieuwe adres. Hij dient tijdig in zijn nieuwe politieregio een verlof aan te vragen;

  5. De verlofhouder dient uiterlijk twee weken voor de datum waarop de geldigheid van het verlof afloopt, het verlof ter verlenging aan te bieden aan de korpschef van politie, onder bijvoeging van de voor de verlenging benodigde KNSA-licentie en zijn schietbeurtenregister;

  6. De houder van het verlof houdt zich strikt aan de bepalingen, gesteld bij of krachtens de Wet wapens en munitie, alsmede aan de in het verlof vermelde voorschriften en beperkingen.


Opmerkelijk

Wietplantage ontdekt op Google Earth

De Zwitserse politie ontdekte een grote wietplantage door een verdachte boerderij in Google Earth op te zoeken. Er werd ruim een ton wiet in beslag genomen.

Lees meer...

Politiesites

Sponsors