Over Infopolitie.nl

Infopolitie.nl is een website over de politie in Nederland. Het is geen website van de nationale politie, maar een particulier initiatief. Ga voor de officiële site van de Nederlandse politie naar www.politie.nl. Lees ook onze disclaimer.

(English | Russia | Oekranian)

Een verlof is een individuele uitzondering op het wettelijke verbod om wapens van (meestal) categorie III voorhanden te hebben, te vervoeren en/of te dragen. In artikel 28, tweede lid, van de WWM is bepaald dat een verlof wordt verleend indien:

  1. een redelijk belang de verlening van het verlof vordert;
  2. de aanvrager geen gevaar voor zichzelf, de openbare orde of veiligheid kan vormen
  3. de aanvrager tenminste de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt, behoudens de afwijking voor leden van een schietvereniging.

Ad. 1.
In de onderdelen B 2 t/m B 6 van deze Circulaire is geregeld in welke gevallen en onder welke voorwaarden er sprake is van een ‘redelijk belang’ als bedoeld in artikel 28 van de WWM. Daarnaast kan het voorkomen dat een verlof wordt gevraagd terwijl er geen sprake is van één van de genoemde gevallen.

De beoordeling van dergelijke aanvragen is zo zeer afhankelijk van de omstandigheden van het geval dat hiervoor geen algemene regels zijn te geven. Deze aanvragen staan ter beoordeling van de korpschef die – met name als de aanvraag betrekking heeft op vuurwapens – ter zake een restrictief beleid zal moeten voeren. Zo nodig kan met het Ministerie van Justitie overlegd worden.

Ad. 2.
De verlening van een verlof dient te worden geweigerd indien de aanvrager een gevaar voor zichzelf, de openbare orde of veiligheid kan vormen. In de WWM wordt een dergelijke situatie meestal aangeduid met de termen ‘vrees voor misbruik’ en ‘het niet (langer) kunnen toevertrouwen van wapens of munitie’. In onderdeel B 1 van deze Circulaire worden deze begrippen nader uitgewerkt.

Ad. 3.
De aanvrager van een verlof dient tenminste 18 jaar te zijn. Van de minimumleeftijdsgrens kan door de korpschef slechts worden afgeweken ten aanzien van serieuze, veelbelovende wedstrijdschutters. Dat sprake is van een serieuze, veelbelovende wedstrijdschutter dient te blijken uit een schriftelijke verklaring van het bestuur van de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie (KNSA).

1.4.4.1 Verlening en verlenging

In artikel 28, eerste lid, van de WWM is bepaald dat een verlof – uitsluitend voor wapens en munitie behorende tot categorie III – wordt verleend door de korpschef in de woon- of verblijfplaats van de aanvrager. De korpschef kan dus nooit een verlof verlenen voor wapens van categorie I of II. Indien er bij de korpschef een aanvraag wordt ingediend voor het verkrijgen van een verlof voor een wapen van categorie I of II dan dient de korpschef deze aanvraag onverwijld door te sturen naar het ministerie van Justitie, onder gelijktijdige mededeling daarvan aan de afzender.

Indien de Minister van Justitie overgaat tot de verlening van de gevraagde ontheffing dan wordt in veel gevallen in de ontheffing opgenomen dat de ontheffing slecht geldig is voorzover de wapens en / of munitie staan vermeld op een verlof tot het voorhanden hebben. Deze voorwaarde wordt vaak gesteld vanwege het feit, dat er op die manier betere toezicht mogelijk is op de ontheffinghouder en het aantal wapens beter in de hand gehouden kan worden.

Omdat de bevoegdheid tot het voorhanden hebben wordt ontleend aan de verleende ontheffing is geen sprake van strijdigheid met het bepaalde in het eerste lid van artikel 28 van de WWM. De bijschrijving van de ontheffingplichtige wapens op een verlof is een combinatie van documenten zoals bedoeld in artikel 40 van de WWM. Omwille van de duidelijkheid dient voor deze wapens op het verlof een verwijzing te worden opgenomen waaruit blijkt dat de bevoegdheid tot het voorhanden hebben wordt ontleend aan de bijbehorende ontheffing.

De aanvraag tot verlenging van een verlof kan mondeling geschieden, tenzij in de persoon van de aanvrager of ten aanzien van zijn omstandigheden zodanige wijziging is gekomen dat het indienen van een nieuw aanvraagformulier onontbeerlijk is.

Aanvraagformulieren

Voor het aanvragen van een verlof dient gebruik te worden gemaakt van de daarvoor bestemde formulieren zoals die zijn opgenomen in Bijlage III bij de RWM.

Beoordeling van de aanvraag

Na ontvangst van het aanvraagformulier dienen de volgende stappen te worden doorlopen om te bepalen of de aanvrager in aanmerking komt voor de verlening van het gevraagde verlof:

  1. Controleer of het aanvraagformulier volledig is ingevuld en of de aanvraag compleet is. Indien dit niet het geval is dan dient de aanvrager in de gelegenheid te worden gesteld om zijn aanvraag aan te vullen 5.
  2. Controleer de leeftijd en identiteit van de aanvrager, laat de aanvrager zich legitimeren;
  3. Controleer of de aanvrager daadwerkelijk woonachtig is en ingeschreven staat op het opgegeven adres;
  4. Ga na of de aanvrager een redelijk belang heeft bij de verlening van een verlof (zie hiervoor de in onderdeel B 2 tot en met B 6 opgenomen criteria);
  5. Controleer of het voorhanden hebben van (vuur)wapens en/of munitie aan de aanvrager kan worden toevertrouwd (zie onderdeel B 1). Hiertoe dienen minimaal de volgende bronnen geraadpleegd te worden:
    • Justitieel Documentatieregister;
    • De interne politieregisters;
    • CIE – registers (voor zover mogelijk);
  6. Controleer – middels een bezoek aan de locatie waar het wapen en / of de munitie opgeslagen zal gaan worden – of de aanvrager beschikt over een opbergplaats die voldoet aan de eisen voor het opbergen van wapens en/of munitie (zie B 8). Het verdient aanbeveling om deze controle – in verband met de mogelijk daaruit voor de aanvrager voortvloeiende consequenties, zoals de aanschaf van een wapenkluis of de aanpassing van een bergplaats – pas uit te voeren als vast staat dat het verlof kan worden verleend.


Verlenging van een verlof

Voor de verlenging van een verlof hoeft geen aanvraagformulier te worden ingevuld. De aanvraag van de verlenging van een verlof kan eventueel ook mondeling worden gedaan onder gelijktijdige overlegging van alle gegevens die noodzakelijk zijn voor het beoordelen van de verlengingsaanvraag. Bij iedere verlengingsaanvraag dient te worden beoordeeld of de aanvrager nog steeds een redelijk belang heeft bij de verlening van een verlof en of er ten aanzien van de aanvrager geen sprake is van een situatie van ‘vrees voor misbruik’.

1.4.4.2 Verlof tot voorhanden hebben van wapens en munitie

Voor ieder van de in het bijzondere deel genoemde gevallen waarin mogelijk een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en munitie kan worden verleend, is bepaald welk aanvraagformulier dient te worden gebruikt en welk verlofdocument dient te worden uitgereikt. Dit is aangegeven bij de desbetreffende paragraaf. In bepaalde gevallen is voor de feitelijke verkrijging van een wapen, waarvoor een verlof tot het voorhanden hebben is verleend, een verlof tot verkrijging noodzakelijk (zie onderdeel A 1.4.4.5).

Een verlof tot het voorhanden hebben van wapens en / of munitie kan onder beperkingen worden verleend, terwijl daaraan tevens voorschriften kunnen worden verbonden. Indien gebruik wordt gemaakt van de modellen WM 26 en WM 27 van de bijlage III van de RWM bevat het verlof de standaardtekst, beperkingen en voorschriften daaronder begrepen, zoals vermeld op het toepasselijke model van bedoelde bijlage en wordt die tekst aangevuld met de conform de inhoud van deze circulaire te vermelden beperkingen en voorschriften.

Indien de bijzondere omstandigheden van het geval daartoe aanleiding geven kan de korpschef gemotiveerd extra beperkingen of voorschriften aan het verlof verbinden. Op bepaalde modellen van het verlof tot het voorhanden hebben zijn ruimtes opengelaten waaruit, indien deze  zijn afgestempeld en geparafeerd door de korpschef, blijkt dat tevens een verlof tot voorhanden hebben van de bijbehorende munitie is verleend of dat een (doorlopend) verlof tot vervoer is verleend. Voorzover nodig is steeds vermeld in welke gevallen deze verloven in de regel kunnen worden verleend.

1.4.4.3 Verlof tot dragen van wapens en munitie

Op grond van artikel 27, eerste lid, van de WWM is het verboden om een wapen van de categorieën II, III en IV te dragen. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat dit verbod niet van toepassing is op personen die:

  1. houder zijn van een verlof als bedoeld in artikel 29, voor zover dit verlof reikt; of
  2. op grond van artikel 26, tweede lid, voor de jacht6 bestemde wapens voorhanden mogen hebben, voor wat betreft het terrein waar zij tot de jacht gerechtigd zijn.

In het derde en vierde lid van artikel 27 is tenslotte bepaald dat de minister bij regeling vrijstelling kan verlenen van het verbod van het eerste lid voor optochten, studenten-weerbaarheidsverenigingen (categorieën III en IV), ceremoniële wapens, kermissen en sportbeoefening (categorie IV). De minister heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en heeft in de paragrafen 12 en 13 van de RWM een aantal vrijstellingen opgenomen voor het dragen van wapens van de categorie III of IV.

In artikel 29 van de WWM is bepaald dat de instantie die een verlof tot het voorhanden hebben van een wapen van categorie III verleent (de korpschef) kan bepalen dat – indien een redelijk belang dit vordert – het verlof tevens betrekking heeft op het dragen van dit wapen. Een redelijk belang voor het dragen van een wapen zal echter niet gauw aanwezig zijn. In uitzonderlijke gevallen kan bijvoorbeeld een draagverlof worden verleend ten behoeve van zelfverdediging (zie de voorwaarden in onderdeel B 6).

1.4.4.4 Verlof tot vervoer van wapens en munitie

De belangrijkste bepalingen omtrent vergunningen tot vervoer en de verlening van verloven tot vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III zijn te vinden in de artikelen 22 en 24 WWM.

Verloven tot vervoer worden verstrekt door de korpschef in de woon- of verblijfplaats van de aanvrager. Op grond van artikel 9, vierde lid, WWM, kan de korpschef die de erkenning verleent of heeft verleend bepalen dat de erkenning tevens inhoudt vergunning tot vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III.

Vergunningen en verloven tot vervoer kunnen onder beperkingen worden verleend, terwijl daaraan tevens voorschriften kunnen worden verbonden. Indien gebruik wordt gemaakt van de modellen WM 26 en WM 27 bevat het verlof tot vervoer de voorschriften en de overige tekst van het in bijlage III bij de RWM opgenomen model WM 12 (Verlof tot vervoer).

De vergunning en het verlof tot vervoer moeten onder bepaalde omstandigheden worden gewijzigd of ingetrokken door de Minister van Veiligheid en Justitie of het orgaan dat de vergunning of verlof heeft verleend (zie artikel 7, tweede lid, WWM).

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft voor een aantal gevallen vrijstellingen van het verbod om een wapen of munitie te vervoeren verleend. Deze gevallen zijn omschreven in de paragrafen 5, 10, en 17 en de artikelen 4, 21, 22, 24, 39, 40 en 41, tweede lid, van de RWM.

De personen die in opdracht van de houder van de vergunning of het verlof tot vervoer zijn belast met het feitelijk transport van de wapens of munitie, worden altijd in de vergunning of het verlof vermeld. Zie ook de vrijstellingen op dit punt in de artikelen 45 en 46 van de RWM.

Personen die bevoegd zijn vuurwapens en munitie te dragen, is het ook toegestaan die wapens en munitie te vervoeren. Bevoegd tot het dragen van vuurwapens en munitie zijn onder meer personen die een jachtakte als bedoeld in de Flora- en faunawet bezitten, wat betreft de voor de jacht bestemde wapens en munitie van categorie III, die in de jachtakte zijn omschreven (artikel 27, tweede lid, aanhef en onder b, WWM). De wet beperkt deze bevoegdheid tot dragen tot het terrein waar de jachtaktehouders tot de jacht gerechtigd zijn.

Voor het overige dienen de wapens te worden vervoerd in de zin van de WWM (derhalve zodanig verpakt dat ze niet voor onmiddellijk gebruik kunnen worden aangewend). Zie hieromtrent de vrijstelling in artikel 44 RWM.

Incidenteel verlof tot vervoer ten behoeve van particulieren

De aanvrager dient zelf bevoegd te zijn om het wapen waarop de aanvraag betrekking heeft, voorhanden te hebben. Ook de ontvanger moet uiteraard bevoegd zijn tot het voorhanden hebben van dit wapen. Het kan echter voorkomen dat degene die daadwerkelijk het vervoer verricht, in beginsel die bevoegdheid niet bezit. Deze persoon of dit bedrijf (b.v. een vervoersbedrijf) verkrijgt de bevoegdheid om het wapen of de munitie te vervoeren via de vrijstellingen in artikel 45 en 46 RWM, respectievelijk door het aan de aanvrager verleende verlof tot vervoer bij zich te dragen.

Dit verlof vermeldt de naam van de vervoerder (indien het een particulier betreft) of de naam van het bedrijf waarvoor hij werkzaam is (indien het beroepsvervoer betreft). Na afloop van het vervoer dient de vervoerder het verlof toe te zenden aan de korpschefs in de politieregio waar het verlof is afgegeven. Indien het verlof niet wordt gebruikt, dient de aanvrager het verlof terug te zenden aan de korpschef in de politieregio waar het verlof is afgegeven.

Formulieren

  1. Aanvraagformulier : model WM 11 in bijlage III bij de RWM.
  2. Verlofdocument : model WM 12 in bijlage III bij de RWM.

Doorlopend verlof tot vervoer gekoppeld aan het verlof tot voorhanden hebben

Indien de korpschef een verlof tot het voorhanden hebben afgeeft, zal de betrokkene soms ook over een doorlopend verlof tot vervoer moeten beschikken. Dit doorlopend verlof tot vervoer kan worden verleend door op het verlof tot het voorhanden hebben de daartoe opengelaten ruimte af te stempelen en te paraferen. Zo nodig kunnen de op het vervoer betrekking hebbende beperkingen en voorschriften, die standaard op het document staan vermeld, worden aangepast aan de omstandigheden van het geval.

1.4.4.5 Verlof tot verkrijging van wapens en munitie

De bepalingen betreffende de verlening van verloven tot verkrijging van wapens en munitie van categorie III zijn te vinden in de artikelen 31 en 32 WWM.

Verloven tot verkrijging van wapens en munitie worden verstrekt door die korpschef die ook het document afgeeft op grond waarvan betrokkene bevoegd zal zijn het wapen voorhanden te hebben. In de regel zal dit de korpschef in de woon- of verblijfplaats van de aanvrager zijn. Dit geldt ook in het geval dat een verlof tot verkrijging van een verenigingsvuurwapen wordt aangevraagd: deze aanvraag moet worden ingediend in de politieregio waar de aanvrager, te weten de schietvereniging, haar vaste accommodatie dan wel haar statutaire zetel heeft, ook al woont de feitelijke beheerder van de verenigingswapens elders.

Heeft de aanvrager evenwel geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland dan is de korpschef in de plaats waar de aanvrager (tijdelijk) verblijft bevoegd. Aan de aanvrager die geen vaste woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, maar die wel ingezetene is van één van de andere lidstaten van de Europese Unie, kan slechts een verlof tot verkrijging van wapens, ten aanzien waarvan het voorhanden hebben in de betrokken lidstaat aan een vergunning is onderworpen, worden verleend, wanneer aan de aanvrager een consent is verleend tot het doen uitgaan van de wapens (zie onderdeel A 1.4.5.1).

Bij een overdracht van wapens en munitie met het oogmerk om deze onmiddellijk Nederland te doen uitgaan, zijn de artikelen 31 en 32 WWM niet van toepassing. Voor deze gevallen geldt de in artikel 20, tweede lid, WWM vermelde consentregeling.

Verloven tot verkrijging kunnen onder beperkingen worden verleend, terwijl daaraan tevens voorschriften kunnen worden verbonden. Indien gebruik wordt gemaakt van het model WM25 bevat het verlof tot verkrijging de gegevens zoals vermeld op het in bijlage III bij de RWM opgenomen model WM 2 (Verlof tot verkrijging van een (vuur)wapen/onderdeel/hulpstuk).

De Minister van Veiligheid en Justitie heeft in artikel 27 RWM vrijstelling verleend van het verbod van artikel 31, vierde lid WWM, voor het overdragen aan personen die de leeftijd van achttien jaar nog niet hebben bereikt van degens, lucht-, gas- en veerdrukwapens en kruisbogen, één en ander met het oog op in verenigingsverband beoefende sporten.

Ingevolge het bepaalde in artikel 13 van de RWM dient de beheerder, als bedoeld in artikel 10 WWM, bij de verkrijging van wapens van categorie III van personen die een verlof tot het voorhanden hebben als bedoeld in artikel 28 van de wet bezitten, dan wel op grond van artikel 26, tweede lid, van de wet voor de jacht bestemde wapens voorhanden mogen hebben, een ontvangstbewijs, overeenkomstig het in bijlage III bij deze wet opgenomen model, te verstrekken.

Een verlof tot verkrijging is, zo volgt uit artikel 32, eerste lid, van de WWM, alleen nodig voor houders van een verlof tot het voorhanden hebben alsmede voor houders van een jachtakte (zie de laatste alinea van dit onderdeel voor de verkrijging van wapens door personen die op andere gronden bevoegd zijn om een wapen van categorie III voorhanden te hebben).

Personen die een aanvraag indienen voor een verlof tot het voorhanden hebben van een vuurwapen, zullen op het aanvraagformulier dienen aan te geven welk specifiek wapen (met vermelding van het nummer) zij wensen aan te schaffen, alsmede uit handen van wie zij het wapen zullen ontvangen. Dit brengt met zich mee dat, indien positief  op de aanvraag wordt beslist, de korpschef voor het desbetreffende wapen een verlof tot het voorhanden hebben afgeeft of dit wapen bijschrijft op een reeds eerder aan betrokkene verleend verlof, terwijl hij tevens aan betrokkene een verlof tot verkrijging verstrekt.

Een kopie van dit verlof tot verkrijging (waarop vermeld: KOPIE) zendt hij ter informatie aan de korpschef in de politieregio waar het wapen tot het moment van de overdracht staat geregistreerd.

De persoon die het wapen overdraagt, dient het verlof tot verkrijging in ontvangst te nemen. Teneinde zeker te zijn dat het wapen aan de rechthebbende wordt overgedragen zal hij ook de identiteit van de verkrijger moeten vaststellen en het soort en nummer van diens identiteitsbewijs alsmede de datum van afgifte daarvan en de afgevende instantie, op het verlof tot verkrijging moeten noteren.

Daarnaast zal hij zich ervan moeten vergewissen dat het desbetreffende wapen op een aan betrokkene verleend verlof of verleende jachtakte staat bijgeschreven. Eerst na deze handelingen en controles te hebben uitgevoerd, mag hij het wapen overdragen. Vervolgens moet hij het ingenomen verlof tot verkrijging toezenden aan de korpschef in de gemeente waar het wapen tot het moment van de overdracht stond geregistreerd. De verkrijger dient binnen twee weken na de verkrijging het wapen ter controle aan te bieden aan de korpschef die hem het verlof of de jachtakte heeft verleend, zodat deze kan verifiëren of de op het verlof of de jachtakte vermelde gegevens overeenstemmen met de gegevens van het wapen.

Aan personen die geen houder zijn van een verlof tot het voorhanden hebben of een jachtakte, maar die uit anderen hoofde gerechtigd zijn wapens of munitie voorhanden te hebben, behoeft, alvorens zij tot de aanschaf van dat wapen over mogen gaan, geen verlof tot verkrijging als bedoeld in artikel 31, derde lid, van de WWM, te worden verleend. Het kan hier bijvoorbeeld gaan om personen die over een erkenning beschikken, als ook om – bij ministeriële regeling aangewezen – personen in overheidsdienst zoals genoemd in artikel 3a van de WWM. Alvorens aan één van de hier bedoelde personen een wapen over te dragen, zal diens bevoegdheid tot voorhanden hebben van dat wapen wel deugdelijk moeten worden vastgesteld.

Die bevoegdheid kan bijvoorbeeld blijken uit een bewijs van erkenning of uit het bezit van een "voorschrift" dat is afgegeven door het boven de persoon in overheidsdienst gestelde gezag.

Formulier

  1. Verlofdocument : model WM 2 in bijlage III bij de RWM.


1.4.4.6 Weigering en intrekking

Een verlof wordt geweigerd indien niet wordt voldaan aan de voorwaarden zoals genoemd in artikel 28, tweede lid, van de WWM (zie onderdeel A 1.4.4.1) of indien er sprake is van één van de weigeringsgronden zoals genoemd in artikel 7, eerste lid, van de WWM. De meest frequent toegepaste weigeringsgronden zijn de onder sub b en c genoemde situaties van ‘het niet kunnen toevertrouwen ‘ en ‘vrees voor misbruik’ (zie onderdeel B 1 voor de nadere invulling van deze begrippen).

Een verlof kan worden ingetrokken indien er sprake is van één van de in artikel 7, tweede lid, van de WWM genoemde situaties. Hetgeen hierboven is opgemerkt met betrekking tot het verschil tussen sub b en sub c is eveneens van toepassing op de intrekkingsgronden in het voornoemde artikel. Een besluit tot intrekking of weigering dient zorgvuldig tot stand te komen en dient te voldoen aan de eisen die de Algemene wet bestuursrecht aan een besluit stelt. Tegen beslissingen tot weigering of intrekking van een verlof  staat, op grond van artikel 34 van de WWM, beroep open bij de Minister van Justitie.

Tegen beslissingen van de minister die in beroep zijn genomen staat beroep open bij de sector bestuursrecht van de rechtbank en tegen de beslissingen van de rechtbank staat vervolgens beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. In dit kader heeft de Raad van State geoordeeld dat de korpschef geen beroep kan instellen tegen een besluit van de Minister van Justitie. De door de korpschef op grond van de WWM uitgeoefende bevoegdheden worden immers uitgeoefend onder de verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie.

1.4.4.7 Melding aan verenigingsbestuur bij intrekking of weigering

Voorzover het redelijk belang voor de verlening van een verlof wordt ontleend aan het lidmaatschap van een schietvereniging, dient de korpschef het bestuur van de KNSA in kennis te stellen van het feit dat een verlof is geweigerd of ingetrokken. In verband met de privacy van betrokkene dient in de melding te worden volstaan met het vermelden van:

  1. de personalia van betrokkene;
  2. KNSA licentienummer;
  3. datum van het besluit en of er sprake is van een intrekking of weigering van een verlof.


Indien het redelijk belang voor de verlening van een verlof wordt ontleend aan het lidmaatschap van een ander soort vereniging8, dient de korpschef het bestuur van de desbetreffende vereniging in kennis te stellen van het feit dat een verlof is geweigerd of ingetrokken. In verband met de privacy van betrokkene dient in de melding te worden volstaan met het vermelden van:

  1. de personalia van betrokkene;
  2. lidmaatschapnummer van de desbetreffende vereniging;
  3. datum van het besluit en of er sprake is van een intrekking of weigering van een verlof.


Opmerkelijk

Russische politie rukt uit voor vibrator

Een vibrator heeft in een Russisch postkantoor grote opwinding veroorzaakt. Een beveiligingsmedewerker had de politie gewaarschuwd toen hij op de sorteerafdeling een pakketje vond met een trillend object.

Lees meer...

Politiesites

Sponsors