Over Infopolitie.nl

Infopolitie.nl is een website over de politie in Nederland. Het is geen website van de nationale politie, maar een particulier initiatief. Ga voor de officiële site van de Nederlandse politie naar www.politie.nl. Lees ook onze disclaimer.

(English | Russia | Oekranian)

1.2 Categorieën wapens en munitie

De WWM heeft ten doel de openbare orde en veiligheid te waarborgen door het illegale bezit van wapens en munitie te bestrijden en legaal bezit zoveel mogelijk te beheersen. In de wapenwetgeving is omschreven welke voorwerpen als wapen worden aangemerkt en wat onder munitie moet worden verstaan.

Wapens en munitie zijn ingedeeld in verschillende categorieën. Voor elke categorie is in de WWM aangegeven welke handelingen met betrekking tot de wapens en munitie uit die categorie verboden zijn en op wie en wanneer dit van toepassing is. Ook is vastgelegd wanneer daarop een uitzondering van toepassing is. De bepalingen van de WWM zijn niet alleen van toepassing op wapens en munitie, maar tevens op bepaalde (essentiële) onderdelen van wapens en munitie.

1.2.1 Wapens

In artikel 2, eerste lid, van de WWM is de categoriale indeling voor wapens te vinden. In artikel 2 van de RWM is een aantal wapens nader gedefinieerd. In het onderstaande overzicht is in het kort aangegeven welke wapens onder de verschillende categorieën vallen en welke soorten vergunningen daarvoor kunnen worden onderscheiden.

Categorieën

Wapens

Soort vergunning

I

Ongewenste niet-vuurwapens zoals stiletto’s,valmessen, werpmessen, werpsterren of werppennen, vlindermessen, boksbeugels, katapulten, pijlen en nepwapens. Ook speelgoedwapens en lucht-, gas- en veerdrukwapens die zo sterk op vuurwapens lijken dat ze voor bedreiging gebruikt kunnen, worden vallen onder deze categorie. Hetzelfde geldt voor sommige messen die niet door metaaldetectoren kunnen worden herkend.

Ontheffing.

Relevante artikelen WWM:

Artikel 4 en 13

II

Militaire (vuur)wapens, zoals automatische vuurwapens en handgranaten en mijnen. Ook voorwerpen met giftige, verstikkende, weerloosmakende en traanverwekkende stoffen zoals traangas en pepperspray, vallen binnen deze categorie.

Ontheffing

Relevante artikelen WWM:

4, 14, 22, 26, 27, 31

III

Pistolen, revolvers, geweren, alarm- en start pistolen/revolvers, werpmessen en toestellen voor beroepsdoeleinden die geschikt zijn om projectielen af te schieten.

Verlof (Ontheffing1)

Relevante artikelen WWM:

4, 14, 22, 24, 26,27,28, 29, 31, 32

IV

Blanke wapens (messen), zwaarden, degens, sabels, bajonetten, wapenstokken, lucht-, gas- en veerdrukwapens, harpoenen en kruisbogen. Ook voorwerpen die op zich niet als wapen bedoeld zijn, maar wel op die manier gebruikt kunnen worden (bijvoorbeeld een honkbalknuppel tijdens voetbalrellen of een keukenmes tijdens een gevecht) vallen onder bepaalde omstandigheden binnen deze categorie.

Verlof (Ontheffing)

(alleen voor het ‘dragen’)

Relevante artikelen WWM:

4, 26, 27, 29, 31

1.2.2 Munitie

De indeling van munitie volgt in grote lijnen de categorie-indeling voor vuurwapens. Categorie II heeft betrekking op munitie die specifiek bestemd is voor wapens van categorie II en zogenoemde ‘oorlogsmunitie’. Categorie III omvat alle overige munitie. Omdat de categorieën I en IV geen vuurwapens bevatten bestaat er geen categorie I noch categorie IV munitie. Munitie voor lucht- gas of veerdrukwapens is geen munitie in de zin van artikel 1, onder 4, van de WWM omdat het projectiel niet door middel van een vuurwapen wordt afgeschoten.

1.2.3 Onderdelen en hulpstukken van wapens

Artikel 3, eerste lid, van de WWM stelt dat de bepalingen betreffende wapens mede van toepassing zijn op onderdelen en hulpstukken die specifiek bestemd zijn voor die wapens en van wezenlijke aard zijn.

Uitgaande van deze bepaling kunnen met betrekking tot vuurwapens de hierna genoemde onderdelen worden aangemerkt als onderdelen waarop de WWM van toepassing is, omdat deze onontbeerlijk zijn voor het functioneren als vuurwapen, in sterke mate de werking van het vuurwapen mede bepalen, de werking van het vuurwapen kunnen wijzigen, dan wel het vuurwapen identificeren, hetzij door ingeslagen nummers hetzij door bij het afvuren sporen achter te laten op de patroonhuls of de kogel.

Onderdelen die onder de werking van de WWM vallen zijn:

De loop en de onderdelen die bestemd zijn om een vuurwapen (vol)automatisch te doen schieten en daarnaast de hieronder – niet limitiatief – opgesomde onderdelen:

Specifiek voor de revolvers: de kast (frame), de loop en de cilinder.

Specifiek voor geweren: de kast (het frame), het magazijn, de bascule, het staartstuk, de loop en de grendel of afsluiter.

Specifiek voor pistolen de kast (het frame), het magazijn, de loop en de slede.

Voor een goed begrip wordt opgemerkt dat géén onderdeel van een wapen zijn: patroonschakels, patroonbanden, patroonhouders en laadstrips. Hieronder volgt een uitleg van deze begrippen.

Patroonschakel:

Met ‘patroonschakel’ wordt gedoeld op een voorwerp geschikt om één patroon te omvatten en te worden gekoppeld aan een andere schakel, ofwel een patroon voorzien van een schakel zodanig dat een patroonband kan worden gevormd.

Patroonband:

Met ‘patroonband’ wordt gedoeld op een (meestal) metalen voorwerp geschikt om meerdere patronen zijdelings te bundelen en bedoeld om de toe- of aanvoer van munitie in automatische wapens mogelijk te maken. Het bevat geen eigen aanbreng- of toevoermechanisme, maar beïnvloedt het functioneren van het wapen wel degelijk.

Patroonhouder:

Met ‘patroonhouder’ wordt gedoeld op een voorwerp (bijvoorbeeld de Garand clip) bedoeld om meerdere patronen te bundelen teneinde het vervoer en/of het laden te vergemakkelijken en waarbij het invloed uitoefent op het functioneren van het wapen doordat het in het wapen wordt gebracht en daar ook de functie van patroon ‘houder’ vervult. Een patroonhouder bevat slechts patronen en is in tegenstelling tot een patroonmagazijn niet voorzien van enig aanbreng- of toevoermechanisme.

Laadstrip:

Met ‘laadstrip’ wordt gedoeld op een voorwerp bedoeld om meerdere patronen te bundelen met als enig doel om het vervoer en/of het laden te vergemakkelijken, terwijl het geen invloed heeft op het technisch functioneren van het wapen. Het heeft nadat het wapen is geladen geen enkel nut meer.

1.2.4 Onderdelen van munitie

Artikel 3, tweede lid, van de WWM stelt dat de bepalingen betreffende munitie mede van toepassing zijn op onderdelen van munitie, voorzover die geschikt zijn om daarvan munitie te maken. Voor wat betreft munitie voor geweren, pistolen en revolvers worden daarvoor geschikt geacht: kogels, hulzen en slaghoedjes voor gebruik in hulzen. Percussiekapjes maken geen deel uit van een patroon of van een ander voorwerp dat bestemd of geschikt is om een projectiel door middel van een vuurwapen af te schieten en worden dan ook niet aangemerkt als onderdelen van munitie. Percussiekapjes mogen dan ook vrij voorhanden worden gehouden. Kruit is een onderdeel van munitie en het voorhanden hebben van buskruit of rookzwakbuskruit valt dan ook onder de werking van de WWM. De Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen stellen nadere regels omtrent de nederlegging tijdens het vervoer respectievelijk het vervoer van kruit en munitie. De Wet Explosieven voor Civiel gebruik zondert in artikel 2 lid 1 sub c munitie ingevolge artikel 1 lid 1 onder 4e van de WWm uit. Munitie en de onderdelen van die munitie voor zover geschikt om munitie van te maken in de zin van de WWM, kunnen bevoegd voorhanden worden gehouden krachtens een daartoe strekkende vergunning ingevolge de WWM.

Er zijn twee soorten buskruit te weten:

  1. zwart buskruit;

  2. rookzwak buskruit (nitro cellulose kruit).

Binnen de vervoerswetgeving staat hierover onder gevarenklasse 1 het volgende vermeld:

  • zwart buskruit UN 0027, UN 0028, UN – in verschillende vormen, zoals geperst, in de vorm van korrels of poeders.

  • Rookzwak buskruit UN 0160, UN 0161, UN 0509 eveneens in verschillende vormen. Dit kruit kan onder verschillende subclassificaties vallen, dit wordt mede bepaald door de verpakkingsvorm van dit buskruit. Bijv. 1.1D, 1.1C, 1.3C, 1.4C

1.2.5 Beperkingen bevoegdheid munitie en kruit

De bevoegdheid om munitie en daarmee kruit voorhanden te mogen hebben, vindt zijn grondslag in artikel 26 van de WWM, alwaar is bepaald dat het voorhanden hebben uitsluitend is toegestaan voor houders van een verlof, voor zover dat verlof reikt.

De reikwijdte van dit verlof wordt bepaald door enerzijds de bepalingen uit de WWM, en de RWM, maar ook uit de bepalingen of de daarin gestelde vrijstelling van overige bijzondere wetten, waaronder de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen, het Besluit Vervoer Gevaarlijke Stoffen, en de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht en het BOR. Bij het overschrijden van de genoemde normen in de overige bijzondere wetten, ontstaat de situatie dat anders wordt gehandeld dan op grond van de oorspronkelijke bevoegdheid van de WWM is toegestaan, waardoor het normale wettelijk kader van de WWM onverkort van toepassing blijft, immers de uitzonderingspositie wordt overschreden. Een verlofhouder die dus meer munitie voorhanden heeft dan hij krachtens zijn verlof mag hebben, heeft op dat moment dus het meerdere onbevoegd voorhanden, hetgeen een overtreding van artikel 26 WWM oplevert.

Voor wat betreft hulzen dient nog opgemerkt te worden dat op grond van artikel 18, eerste lid, onder f, van de RWM het doen binnenkomen of uitgaan, vervoeren, voorhanden hebben en overdragen van kennelijk gebruikte lege patroon- en kardoeshulzen bestemd voor dan wel deel uitmakend van een verzameling, is vrijgesteld.

 


 

Opmerkelijk

Drugsdealer wil coke verkopen aan agent in burger

Een 19-jarige Eindhovenaar probeerde donderdagavond cocaïne te verkopen aan een agent in burger. Dat gebeurde op het Stratumseind in Eindhoven. De man is aangehouden. De agent was in de Eindhovense binnenstad vanwege het verscherpte toezicht in verband met de voetbalwedstrijd PSV-Legia Warschau.

Lees meer...

Politiesites

Sponsors