Over Infopolitie.nl

Infopolitie.nl is een website over de politie in Nederland. Het is geen website van de nationale politie, maar een particulier initiatief. Ga voor de officiële site van de Nederlandse politie naar www.politie.nl. Lees ook onze disclaimer.

(English | Russia | Oekranian)

Schietvereniging

Onder een schietvereniging wordt verstaan de vereniging die blijkens de in een notariële akte opgenomen statuten tot doel heeft haar leden in de gelegenheid te stellen de schietsport te beoefenen (artikel 1, eerste lid, aanhef en onder g, RWM). Om in aanmerking te komen voor een verlof tot het voorhanden hebben van vuurwapens ten behoeve van de schietsport dient de aanvrager (via zijn vereniging) aangesloten te zijn bij de Koninklijke Nederlandse Schutters Associatie (KNSA) en in het bezit te zijn van een geldige KNSA licentie

2.2.1 Verenigingsverlof

Aan bij de KNSA aangesloten, en door de KNSA gecertificeerde schietverenigingen kan een verlof worden verleend tot het voorhanden hebben van vuurwapens, die aan die vereniging toebehoren en die bestemd zijn voor gebruik door de leden van die vereniging. Verenigingen die niet bij de KNSA zijn aangesloten en door de KNSA zijn gecertificeerd komen dus niet in aanmerking voor de verlening van een verenigingsverlof. Hierbij geldt dat voor de certificeringseis onder 2.8.3 een overgangsregeling is opgenomen.

In het aanvraagformulier voor het verenigingsverlof – dat wordt ingediend door het bestuur van de schietvereniging bij de korpschef in de politieregio waar de vereniging haar vaste accommodatie dan wel, blijkens de statuten, haar zetel heeft – moet de naam worden vermeld van het (bestuurs)lid dat namens de schietvereniging de vuurwapens gaat beheren. In het verenigingsverlof wordt deze persoon dan genoemd als vertegenwoordiger van het bestuur, voor zover het betreft het beheren van de vuurwapens, terwijl het verlof tevens zijn pasfoto bevat. Om als beheerder te kunnen fungeren moet het bestuurslid tenminste één jaar lid zijn van de schietvereniging en mag ten aanzien van hem geen ‘vrees voor misbruik’ (zie B 1) bestaan. Indien meer (bestuurs)leden als beheerder optreden, verkrijgt ieder van die (bestuurs)leden een verenigingsverlof.

Het verenigingsverlof kan slechts worden verleend voor de wapens die zijn toegelaten bij de erkende tak of takken van schietsport (zie B 2.6.) die blijkens verklaring van het bestuur van de vereniging op het aanvraagformulier, in het verband van de vereniging worden beoefend. Het aantal vuurwapens, waarvoor het verenigingsverlof geldt, dient voorts in een redelijke verhouding te staan tot het aantal leden dat regelmatig van die wapens gebruik maakt.

Aangezien de verenigingen in de gelegenheid moeten worden gesteld om te voldoen aan de regelgeving omtrent de uitgifte van verenigingswapens, dienen ten aanzien van het aantal door de vereniging gevraagde verenigingsverloven geen beperkingen te worden aangelegd.

2.2.2 Gebruik van verenigingswapens binnen de schietvereniging

Verenigingswapens zijn ervoor bestemd om de leden van de vereniging, die niet over een (geschikt) eigen vuurwapen beschikken, in staat te stellen de desbetreffende tak van schietsport te beoefenen. De op het verenigingsverlof vermelde beheerders mogen daartoe de verenigingswapens ter hand stellen aan andere leden, die onder toezicht van die beheerders en binnen de eigen verenigingsaccommodatie, de schietsport beoefenen.

Voor het gebruik van verenigings- en privéwapens mag de vereniging munitie aan haar leden ter beschikking stellen. De vereniging mag alleen die munitie aan haar leden ter beschikking stellen die de vereniging zelf krachtens het verenigingsverlof voorhanden mag hebben.

Bij de uitgifte en het gebruik van verenigingswapens en munitie dienen de volgende voorschriften in acht genomen te worden:

  • Het gebruik van de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens is uitsluitend toegestaan: aan:

    • (aspirant) leden van een schietvereniging die in het bezit zijn van een geldige KNSA licentie (hierna te noemen: licentiehouders);

    •  introducés, conform de regeling voor promotieactiviteiten en introducés (zie B 2.2.5.).

  • De schietvereniging dient een wapenuitgifteregister bij te houden conform het model van de KNSA;

  • De schietvereniging dient een munitie-uitgifteregister bij te houden conform het model van de KNSA;

  • De beheerder dient er op toe te zien dat het verenigingswapen door de licentiehouder, na afloop van diens oefening of wedstrijd, zo spoedig mogelijk aan hem wordt teruggegeven.

  • Het gebruik van de aan licentiehouders verstrekte munitie geschiedt, voor zover het gaat om licentiehouders die geen privé- of verenigingsverlof hebben tot het voorhanden hebben van die munitie, onder toezicht van de beheerder. Dit toezicht is zodanig georganiseerd dat het niet mogelijk is dat de licentiehouder – die niet beschikt over het vereiste verlof – de eventueel niet verschoten munitie meeneemt buiten de schietaccommodatie. De eventueel niet verschoten munitie dient na afloop van de oefening of wedstrijd bij de beheerder in bewaring te worden gegeven die het opbergt in de daarvoor bestemde bergplaats.

  • Aan leden korter dan één jaar in het bezit van een KNSA-licentie, mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, zoals gereglementeerd door de KNSA.16

2.2.3 Gebruik van verenigingswapens buiten de schietvereniging

Het beoefenen van de schietsport met verenigingswapens, door leden van die vereniging, buiten de accommodatie van de eigen schietvereniging (bijvoorbeeld het deelnemen aan een schietwedstrijd elders) kan op de volgende wijzen plaatsvinden:

  • De beheerder van de verenigingswapens begeleidt het desbetreffende lid naar die andere schietvereniging of schietplaats, alwaar hij hem het wapen ter beschikking stelt. Het lid schiet dan onder toezicht van de beheerder. Na afloop van de wedstrijd of de schietoefening neemt de beheerder het wapen weer in ontvangst.

  • Eén of meerdere verenigingswapens worden door de beheerder uitgeleend aan een lid van de vereniging ter medeneming naar elders. De duur van de uitlening dient in een redelijke verhouding te staan tot het gebruik dat het betrokken lid van dat vuurwapen buiten de vereniging maakt. Met andere woorden, hij mag het wapen niet voor langere perioden onder zich houden of thuis voorhanden hebben maar dient het steeds binnen redelijke termijn na gebruik weer aan de beheerder terug te geven. De beheerder mag niet meer wapens tegelijkertijd aan één persoon uitlenen dan deze redelijkerwijze voor gebruik buiten de eigen vereniging nodig heeft. Bij gebruikmaking van deze mogelijkheid dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:

    1. het lid dient tenminste een jaar lid te zijn van de schietvereniging;

    2. het lid dient in het bezit te zijn van een op zijn naam gesteld verlof tot het voorhanden hebben en tot het vervoer van die verenigingswapens (maximaal 5), waarover hij met goedvinden van het bestuur buiten de accommodatie van de vereniging mag beschikken; en

    3. de beheerder dient een register bij te houden, conform het model van de KNSA, waarin hij aantekening doet van de uitlening van een verenigingswapen.

    4. aan leden korter dan één jaar in het bezit van een KNSA-licentie, mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, zoals gereglementeerd door de KNSA.17

    5. aan leden korter dan twee jaar in het bezit van een KNSA-licentie, mogen alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens worden uitgeleend welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, de disciplines van de International Sport Shooting Federation en de disciplines van de Muzzle Loaders Associations International Committee, zoals gereglementeerd door de KNSA.18

De aanvraag van het hiervoor, onder punt b-2 genoemde, verlof dient te worden ingediend bij de korpschef in de politieregio waar de schietvereniging statutair is gevestigd en die derhalve ook het verenigingsverlof heeft afgegeven.

Indien er ten aanzien van de aanvrager geen vrees voor misbruik bestaat, kan het gevraagde verlof, met een geldigheidsduur van één jaar, worden verleend. Het is niet toegestaan de wapens bij te schrijven op een verlof voor privé-wapens. Op het verlofdocument kan worden aangegeven dat tevens verlof tot vervoer en verlof tot het voorhanden hebben van de bijbehorende munitie wordt verleend.

Bij verlening en verlenging van het verlof behoeft betrokkene niet te voldoen aan het minimum aantal schietbeurten dat met betrekking tot het voorhanden hebben van privé-wapens geldt.

2.2.4 Door de krijgsmacht ter beschikking gestelde wapens aan studentenweerbaarheidsverenigingen

Er zijn studentenweerbaarheidsverenigingen waaraan door de krijgsmacht vuurwapens ter beschikking worden gesteld om te worden gedragen bij het uitoefenen van eerbetoon en soortgelijke manifestaties De aanvraag voor een verlof tot het voorhanden hebben en vervoeren van deze wapens en de bijbehorende munitie, wordt door het bestuur van de betrokken vereniging ingediend bij de korpschef in de politieregio waar de vereniging is gevestigd of blijkens de statuten haar zetel heeft. De aanvraag wordt eerst in behandeling genomen nadat de bereidheid om de wapens ter beschikking te stellen schriftelijk is bevestigd van de zijde van de verantwoordelijke militaire autoriteit, die daarbij dient aan te geven om welke wapens het gaat, met vermelding van typen en nummer.

In het verenigingsverlof wordt vermeld wie als vertegenwoordiger van de vereniging optreedt, voor zover het betreft het beheren van de vuurwapens. Het verlof bevat tevens zijn pasfoto. Indien meer (bestuurs)leden als beheerder optreden, dan verkrijgt ieder van die (bestuurs)leden een verenigingsverlof.

Op het verlof tot het voorhanden hebben dient hetgeen onder ‘BEPERKINGEN’ is gesteld met betrekking tot het vervoer, te worden aangepast aan de feitelijke situatie.

2.2.5 Promotieactiviteiten en introducés

Verenigingsverloven en verloven tot het voorhanden hebben van privé-vuurwapens strekken er niet toe om personen die geen lid zijn van een schietvereniging in staat te stellen de schietsport te beoefenen.

Niettemin bestaat er geen bezwaar tegen indien een schietvereniging incidenteel – in het kader van promotie van de vereniging en de schietsport – geïnteresseerden (introducés) in de gelegenheid stelt met de schietsport kennis te maken. Deze promotieactiviteiten mogen zowel georganiseerd (door het bestuur van de vereniging) als adhoc (bijvoorbeeld een door een lid van de vereniging meegebrachte introducé) plaatsvinden. Het organiseren van bedrijfsfeesten of andere evenementen – waarbij met vuurwapens kan worden geschoten – is echter niet toegestaan. Uitsluitend erkende schietcentra mogen op commerciële basis vuurwapens ter beschikking stellen aan derden (zie onderdeel B 2.3 voor de voorwaarden).

Bij het ter beschikking stellen van verenigings- of privé-wapens dienen de volgende voorschriften in acht genomen te worden. Hierbij geldt dat de voorschriften voor zover zij zien op het ter beschikking stellen van luchtdrukwapens, slechts gelden voor het ter beschikking stellen aan minderjarigen.

  1. De schietvereniging dient een introducéregister19 bij te houden conform het model van de KNSA;

  2. het vuurwapen of luchtdrukwapen alsmede de daarbij behorende munitie mag pas op het schietpunt van de schietbaan – door de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen voorhanden te hebben – aan de schutter worden afgegeven20;

  3. de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen of luchtdrukwapen voorhanden te hebben blijft tijdens het schieten in de onmiddellijke nabijheid van de schutter op het schietpunt;

  4. het vuurwapen en de niet verschoten patronen of het luchtdrukwapen dienen onmiddellijk na de schietoefening op het schietpunt te worden teruggegeven aan de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen voorhanden te hebben;

  5. door de persoon die bevoegd is het betrokken vuurwapen voorhanden te hebben dient gecontroleerd te worden of het aantal verschoten patronen plus het aantal overgebleven patronen overeenkomt met het aantal uitgereikte patronen;

  6. dezelfde persoon mag – binnen een periode van 12 maanden – maximaal drie keer worden geïntroduceerd.

  7. de introducé mag alleen de op het verenigingsverlof vermelde verenigingsvuurwapens gebruiken welke geschikt zijn voor de Olympische disciplines, zoals gereglementeerd door de KNSA.21

De onder f genoemde beperking geldt niet ten aanzien van personen die aantoonbaar in het kader van de door de Stichting Jachtopleidingen Nederland (SJN) georganiseerde jachtcursussen ten behoeve van het behalen van een erkend jachtexamen, gebruik maken van de faciliteiten van een schietvereniging.

 


Opmerkelijk

Valse bommelding om huwelijk te stoppen

Een Russische moeder heeft op een vliegveld in Moskou een opmerkelijke laatste wanhoopsdaad gedaan om het huwelijk van haar dochter tegen te houden. De moeder tipte de autoriteiten dat haar dochter bommen bij zich zou dragen.

Lees meer...

Politiesites

Sponsors